Pages Navigation Menu

Sociale ontwikkeling in onze achtertuinen

Al bijna dertig jaar kijk ik door de ramen van mijn werkkamer uit op de tuinen tussen de huizen in onze oude wijk in een grote stad. In dat kleine stukje “buiten” is veel veranderd in deze periode. Veranderingen die, naar ik meen, opvallende overeenkomsten vertonen met  de ontwikkelingen in onze samenleving in het algemeen.

Veel honderd jaar oude bomen zijn verwijderd of tot op de stam gesnoeid. Natuur is mooi voor een zondagmiddag, maar moet geen overlast geven, zoals teveel schaduw in de zomer of teveel bladeren in de herfst. En het idee dat een boom mogelijkerwijs bij een storm op het dure huis zou kunnen vallen is onverteerbaar, dus uit voorzorg zagen we hem maar vast om. Tuinen zijn stenen speelplaatsjes met veel rubbertegels geworden, met hier en daar zorgvuldig  uitgekozen planten in potten. Ook al wonen we in een rustige wijk, wie laat zijn kinderen in deze tijd nog op straat spelen, of neemt geen voorzorgen om ze tegen een kapotte knie te beschermen?

De grootste verandering heeft zich voltrokken in de vogelstand. Vele kleine vogeltjes zie je niet meer. De mussen, de vinkjes, zelfs de spreeuwen zijn groten deels verdwenen. In hun plaats kwamen de vraatzuchtige houtduiven, die na hun maal vanuit de weinige bomen de tuinen er onder schijten. Daarom zal binnenkort opnieuw bij de buren een aantal bomen het veld ruimen, vrees ik.

Groepen Roeken, kraaiachtigen  -“graaiachtigen” kun je misschien beter zeggen- patrouilleren twee keer per dag door de tuinen op zoek naar enigerlei afval.  Aas, levend of dood, en andersoortige plunder. Een zestal puberachtige eksters heeft zich in ons leefgebied gevestigd. Vanaf 6 uur ’s ochtends maken ze al veel kabaal. Ze voeren regelmatig gecoördineerde duikvluchten uit op bomen, waarin ze merelnesten vermoeden. In mei krijgen ze versterking van de Vlaamse gaaien die het vooral gemunt hebben  op zojuist uitgevlogen jongen. Dan is de herrie en het gefladder van wanhopige ouders compleet. In het nabijgelegen park heeft de reiger inmiddels zijn oude stek weer ingenomen, langs de slootkant. Gek op jonge eendjes, maar ook nog steeds zeer nieuwsgierig naar de inhoud van een totaal groen uitgeslagen vijvertje van mijn achterbuurman. Soms vind ik een dode vis in de tuin, die hij heeft laten vallen.

De merels zijn gebleven. Die vormen de burgers onder de vogels. Hiphoppen onverstoorbaar door op zoek naar wormen. Dragen het verlies van hun kroost in hun permanente rouwkleding. Ze blijven zingen bij zonsopgang en  zonsondergang. Het leven is er om geleefd te worden hoezeer de wereld om hen heen ook verandert. Al het kleine bleek kwetsbaar, verjaagd door de agressie van de groten, maar al het gewone bleef ook gewoon.

Facebooktwitterlinkedinmail