Pages Navigation Menu

Reactie op Kunsthal: Over het verzamelen van Kunst

In deze postmoderne tijd glijden we steeds verder weg van regels, gewoonten en instituties welke sociaal gedefinieerd waren.  Er is een tendens naar de door het individu gestelde regel, zijn persoonlijke voorkeur  op basis van zijn eigenheid welke hij de wereld wil laten zien, zo niet opdringen. In de kunst is dat bij uitstek  zichtbaar: de moderne kunstenaar wil bij voorkeur niet behoren tot een bepaalde school zoals men daar in vroeger tijden eer in stelde, nee, hij wil volstrekt uniek zijn en hooguit volgelingen in zijn stijl verzamelen.

Dit is het tegenwoordig ook het geval met kunstverzamelaars, zo lijkt me. Ook zij willen uniek zijn in het presenteren van hun verzameling en dus selecteren zij dwars door scholen, tradities, oeuvres, materialen en presentatieruimtes hun spullen. Zo ontstaan onduidelijke thematische verzamelingen, allerlei hybride kunstvormverzamelingen, verzamelingen van bijna psychopathologische expressie en andere kleren-van-de-keizer collecties.

Ik denk dan ook dat hoe dunner de noemer is waaronder een verzameling wordt gepresenteerd, hoe meer men mag vermoeden dat het collectioneursmotief voortkomt uit jacht op status, financiële belegging, belastingontduiking via kunststichtingen, het etaleren van zogenaamde goede smaak en passie en meer van dat soort motieven.  Dit lukt natuurlijk alleen in symbiose met de galeriehouders of museumdirecties welke wanhopig proberen het hoofd boven water te houden.

Terecht merkt Jack Pheifer op dat bij een volle kunstkelder bij het ene museum (Boijmans ), men er goed aan doet de waardevolle inhoud ervan in een ander museum (de Kunsthal) te tonen in plaats van een nieuwe, uiterst matige chaotische verzameling te presenteren. Immers  het publiek moet toch ook al betalen voor het zorgvuldig bewaren, goed verzekeren en tijdig restaureren van spullen in de museumkelders, nietwaar?

facebooktwitterlinkedinmail