Pages Navigation Menu

Het Kwade zit in de Goeden

Dat het gegraai van bestuurders (ondernemers, politici, ea.) veel belangstelling krijgt in de media en bij het grote publiek  is een goede zaak, het bewijst dat de democratie en de vrije pers werkt. Fraude, regelmisbruik, opportunisme, corruptie, goklust, ze worden steeds weer boven water getild. Maar dat verbaast niet, want hebzucht en machtsmisbruik is van alle tijden. Dergelijk kwaad kun je niet uitbannen, maar alleen zoveel mogelijk pogen in te perken.

Nee, het probleem is niet het Kwaad in de wereld, het echte probleem zit in het Goede dat het Kwade de ruimte geeft. Meer toezicht, regels en sancties zou de oplossing moeten vormen. Die opvatting is naïef, zo zegt rechtsfilosoof Iris van Domselaar (Volkskrant, 9 febr jongsleden). In haar opvatting is iets anders nodig: persoonlijke moed om moreel miskleunende collega’s aan te spreken. Maar wat is dat eigenlijk: persoonlijke moed?

De Franse filosoof Michel Foucault hield er prachtige colleges over (zie: “De moed tot Waarheid”, 2011). Hij sprak over het getuigen van iemands zeer persoonlijke waarheid (parrhêsia) om daarmee zijn opponent zeer persoonlijk en publiekelijk aan te spreken, in het belang van de gemeenschap. Een probleem daarbij is echter dat de aanklager meestal deel uitmaakt van een democratisch bestel, dus dat hij spreekt namens de groep waarvan hij deel uitmaakt en men dus nooit weet of zijn aanklacht wel belangeloos is. De waarheidspreker moet daarom juist buiten de bestuurscultuur staan om zijn belangeloosheid aan te tonen.

Dat is uitermate moeilijk want wie bevindt zich in die onafhankelijke positie? Meestal zijn dat niet de instellingen voor toezicht, zoals de Raden van Toezicht, de Raad voor de Journalistiek, Tuchtraden voor de diverse beroepen, de Nederlandse Bank en dergelijke. Alle leden van die raden zijn onderdeel van belanghebbende praktijk. Een uitzondering lijkt te worden gevormd door functie van de Nationale Ombudsman, zoals die op dit moment op intensieve wijze wordt vervuld door Alex Brenninkmeijer, maar steeds wel onder vernietigende kritiek van de belanghebbende omgeving, nota bene vooral vanuit het parlement die hem aanstelde…

Wie zijn dan de werkelijke “onafhankelijke moedigen” met moreel gezag: schrijvers, freelance journalisten, de gepensioneerde of rijke intelligentsia of kan ook van gewone burgers die moed worden verwacht? De gewone, “afhankelijke moedigen” zullen toch zeker een aantal van de volgende kenmerken moeten hebben: het besef dat ze uiteindelijk alleen moeten durven optreden,  dat ze hun bescherming op zullen moeten geven, dat ze hooguit mogen hopen op een opvangnet als hun woorden uitgesproken zijn. Dat ze vanuit het algemeen belang dus hun persoonlijke belang los moeten durven laten.

Dat vergt een zekere stoïcijnse levenshouding tegenover dreigend ambitie-carrière- en bezitsverlies. Moedige klokkenluiders weten inmiddels heel goed dat, als er bloed vloeit in de organisatie waar ze werken, de haaien direct in aantocht zijn. Het rebound-effect van hun moedige aanklacht zal vaak indirect ook hun geliefden treffen tegenover wie ze als verantwoordelijke derhalve ook een zekere onthechting moeten kunnen aannemen. Om hun ethiek waterpas te houden zullen de Moedigen maar al te zeer moeten manoeuvreren tussen hun eigen lafheid en overmoedige roekeloosheid om hopelijk bij het verstandige, Aristotelische midden uit te komen. Deel uitmakend van een moreel laakbaar handelende organisatie is dat uitermate moeilijk, alleen al omdat goed bedoelende maar minder moedige collega’s gemakkelijk en onbedoeld meegesleurd kunnen worden in “het schandaal”

De Moedige die eenmaal gesproken heeft zal bovendien moeten volharden in zijn eenmaal genomen besluit om kwalijke zaken aan de orde te stellen en weten dat hij soms lang en alleen in de woestijn zal moeten lopen waarbij de gieren hem hoog in de lucht permanent blijven volgen. Kostbare rechtsbijstand zoeken tegen de verdachtmakingen en tegenaanklachten die te verwachten zijn, zullen zijn reputatie lang niet altijd redden, hij is niet zelden aangeschoten wild. Zie wat klokkenluider Ad Bos overkwam.

Vaak is er dan ook nog de vernietigende impact van negatieve overbelichting door slecht geïnformeerde media. We hebben vele politici, bestuurders, wetenschappers, militairen en kunstenaars  dit lot zien ondergaan en we zullen nooit goed weten of ze werkelijk Moedigen waren of toch quasi Moedigen.

Werkelijke Persoonlijke Moed vergt veel zelfkennis, veel tolerantie voor verlatingsangst, veel trouw aan zichzelf en vooral veel loyaliteit aan de medemens. En wie kan dat opbrengen? Misschien is Persoonlijke Moed eigenlijk niks meer dan, om met John Wayne te spreken:  doodsbang zijn, maar dan toch maar je paard gaan opzadelen. En als men dan toch verliest, toont de Moed zich uiteindelijk ook in de berusting van de Verliezer.

facebooktwitterlinkedinmail