Pages Navigation Menu

Flexibele arbeid: de mens als middel

Immanuel Kant, de grootste Duitse verlichtingsfilosoof, stelde als meest algemene ethische regel voor menselijk gedrag: ‘de mens moet voor de mens altijd een doel zijn, nooit een middel’.

Het liberale kapitalisme van deze tijd heeft deze regel 200 jaar later compleet omgedraaid: in de huidige economie wordt de mens alléén nog maar beschouwd als middel. Er bestaan geen werknemers meer, maar Human Resources, letterlijk vertaald als “menselijke hulpbronnen”. (De term klinkt in het Engels als iets wat humaan is, maar het is natuurlijk een ijzersterk eufemisme). Voor het tot stand brengen van producten of diensten zijn hulpbronnen nodig. Grondstoffen, onroerend goed, geld, machines etc. Moderne managementtheorieën plaatsen de mens nu op één lijn met deze middelen.

Arbeidsprocessen wil men in deze tijd zoveel mogelijk laten verlopen volgens een opeenstapeling van vaste programma’s, oftewel protocollen. Per protocol wordt bekeken hoe een arbeidskracht als hulpbron wordt ingezet, te kwantificeren in tijd (minuten) en opleidingsniveau. Vergelijk het maar met hoe bijvoorbeeld de hoeveelheid plastic, noodzakelijk voor het maken van een iPhone, wordt bepaald. Dergelijke processen zijn overigens in de Zorg al routine (aantal arbeidsminuten per douchebeurt per patiënt).

Ondernemers willen de afdeling HR (het oude Personeelszaken) tegenwoordig het liefst kunnen opdragen om voor een bepaalde periode een serie arbeidsuren van een gewenst kwaliteitsniveau, tegen de laagste beloning, in te kopen.  Tevens willen zij graag arbeidsuren op commando kunnen afstoten als het bedrijf ze even niet nodig heeft. Deze ontwikkeling zien wij al bij de inzet van arbeidskrachten uit Oost-Europa vooral via zgn. payrolling bedrijven.  Dit alles vanuit een oogpunt van een zo zuinig mogelijk gebruikmaken van de arbeidsmiddelen bij de productie van goederen en diensten.

Uiteraard gaat deze middelenplanning niet op voor de top managementlagen, welke zichzelf de ondernemersrol toebedeelt.

Flexibele inzet van menselijke hulpbronnen vergt eenvoudige oproepcontracten (op het moment dat de uren nodig zijn) en tijdelijke arbeidscontracten met mogelijkheid tot ontslag op elk gewenst moment. Een tendens die zich steeds duidelijker aftekent. Bijna 800.000 ZZP’ers zijn hier een voorbeeld van.

Cao’s, salarisschalen, anciënniteit, zijn voor een werkgever een sta in de weg. Je moet voor arbeidsmiddelen variabel kunnen belonen, waarbij urgentie zwaarder telt dan de inhoud van het vak. Minimumlonen moeten overboord of drastisch verlaagd. Tijdelijke arbeidscontracten met individuele arbeidsvoorwaarden moeten de regel zijn, zo vinden de ondernemers.

Net afgestudeerden, die de organisatie nog moeten leren kennen, mogen dat voor eigen rekening doen, als stagiaire. Hulpbronnen met werkervaring kunnen naar waarde voor het bedrijf en afhankelijk van het beroep, worden beloond. Uiteraard wordt dan gerekend op veel gratis overwerk (bijv. jonge juristen of specialisten in opleiding).

Oudere werknemers werken langzamer, zijn qua beroepsontwikkeling niet bij de tijd, dus hun nut vermindert. Derhalve is het logisch dat hun beloning naar beneden wordt aangepast. Zieke werknemers moeten sneller af te stoten zijn. En quotaregelingen voor vrouwen, partieel arbeidsongeschikten, gehandicapten, allochtonen of langdurig werklozen zijn uit den boze.

Een toekomstige advertentie voor human resources zou als volgt kunnen luiden:

Gevraagd: HBO ‘er administratie, met ZZP verklaring, voor 3 uur bankcontrole-werk per week gedurende 6 weken. Uurtarief: 13,70 bruto all-in.

De werkgevers beloven meer werk voor de human resources als ze deze flexibeler in mogen zetten. Deze ultieme flexibilisering van de arbeid is het paradepaardje van de liberale ideologie.  Zie hierover deel 2.

facebooktwitterlinkedinmail