Pages Navigation Menu

Ont-Ikken

Olaf is in de war. Na twee maanden therapie wordt het hem steeds duidelijker: principes, waarden, idealen en utopieën, hij haalt ze allemaal  door en uit elkaar. Hij is duidelijk zijn meetlat en gradenboog van de wereld aan het verliezen, hij dreigt uit elkaar te vallen, hij kan de wereld niet meer bij elkaar krijgen.

Eenmaal in de therapiestoel brandt hij los. Hij oogt angstig, opgewonden en vertelt dat hij zonet in de tram naar een pijnlijk tafereeltje zat te kijken waarin een gekleurde jongeman met bontcapuchon een tenger vrouwtje van middelbare leeftijd met luide stem zat af te blaffen. “Dan denk ik, die moslimmannen houden hun vrouwen als slaaf, voor een moslim betekent het huwelijk gratis seks en bediening.”

Hij vervolgt:” ik wil dit soort taferelen niet meer op mijn oogbollen krijgen, ik ben het spuugzat, ik denk dan ik stap er bij de eerstvolgende halte uit, ik moet lucht”.

“En het ergste is, ik doe niks, zeg niks, helemaal niks, ik bevries, ik vlucht de tram uit,  it’s all wrong but it’s all right”. Hij zwijgt een ogenblik en voegt dan met een vaag glimlachje toe: ” Zong Dolly Parton”.

” Niet dat het op straat dan ineens veel beter is met de wereld maar je kunt tenminste om de ellende heen meanderen, een beetje ontsnappen.”

Hij kijkt me haast streng aan en zegt dan plotseling alsof hij uit iets ontwaakt:”denk nou niet dat ik een hoog zuurgehalte in mijn bestaan heb, of dat ik knetter depressief ben of zoiets maar ik heb nu eenmaal mijn buien van zin- en nutteloosheid, van melancholie en dan wil ik er niet meer zijn”. “Dood is dan niet weggaan maar thuiskomen, eindelijk land in zicht” .

“Zegt de dichter”, voegt hij weer toe.

Hij heeft van me geleerd dat, eenmaal in zo’n toestand terecht gekomen, het erom gaat jezelf in een andere gemoedstoestand proberen te brengen, met iets, maar soms werkt niets en moet je in de wachtkamer plaats nemen. Vandaag is zo’n wachtkamerdag. Vandaag is het leven in lijdzaamheid en accommodatie tegemoet treden. Als ik hem aan die truc herinner zegt hij: ” ja, eigenaardig genoeg lucht die  gedachte me eigenlijk wel op, omdat die paniekerigheid natuurlijk ook theatraal is, aanstellerig, doe effe normaal”.

” De straat is eigenlijk ook wel weer opbeurend, aandoenlijk soms, levendig,  met van die kleine schoonheden” knipoogt hij me toe”. “En als je moedwillig een glimlachje op je gezicht vastschroeft veranderd je kijk, alles ziet er wat roziger uit, die truc heb ik ook ergens geleerd”. Hij staart voor zich uit en zwijgt een volle minuut. En komt dan terug met: ” ik geloof dat vandaag mijn Wip-Wap Ik aan het woord was, denk je niet?”

En zo komt Olaf week na week, telkens met een verhaal dat zijn zoektocht naar zijn Ik moet illustreren, telkens met een conclusie welk Ik nu weer aan het woord is geweest.

” Ik geloof dat dit mijn voorlopige Ik is,  die stakker denkt dat ie er bijna is” . En de week daarop:” Dit moet mijn softenon-Ik wel zijn, dit gelul heeft geen arm noch been” . Een kaleidoscoop van Ikken kwelt hem: ” Ja hoor, Bokito-Ik roffelt weer op de borst” Of: ” Gebocheld-Ik, wat een krom gezwets”. Ongeboren-Ik,  Gore-Ik, Jammer-Ik, en zo gaat het maar door.

Ik heb hem tenslotte genezen verklaard toen hij bij herhaling sprak over zijn Zen-Ik, zijn Niet-Ik, Weg- Ik.

Bij follow-up bleek het telkens erg goed met hem te gaan. De ui was gepeld?

facebooktwitterlinkedinmail