Pages Navigation Menu

Wie niet verwerkt herhaalt zich

Adriaan is een al wat oudere, alleenstaande historicus en behoorlijk depressief. Het schiet niet erg op met zijn therapie en we zoeken naar een verklaring. Hij is duidelijk geïrriteerd: “ja, mijn depressie, het zal wel met van alles te maken hebben, mijn rare vader, mijn hysterische moeder, mijn dit en mijn dat, maar het heeft domweg ook met ge-schie-de-nis te maken.”

“Je weet toch hoe de gebroeders de Witt aan hun einde zijn gekomen”, vraagt hij op een examinerende toon. En met stemverheffing: “Daar zit ik mee !!” Het klinkt bijna overtuigend.

“1672, rampjaar, sociale epilepsie, ze werden niet geëxecuteerd door het tuig, ze werden geslacht.” Er volgt een gruwelijk gedetailleerd verslag met schedel verpletterende geweerkolven, met een piek in het gezicht steken, het afsnijden van lichaamsdelen die verkocht worden, het open rijten van torso’s en het uitrukken van darmen en harten.  En verder een historische analyse over de intriges  voorafgaand aan de moord die dag, vol dronken schutters, konkelende magistraten, laffe schepenen en vroedschappen. Ik moet hem afstoppen om niet in een zinloos college terecht te komen i.p.v. een heilzame therapie.

“Maar het lucht me op zo’n de Witt verhaal, gek eigenlijk hè?”

“Uiteindelijk niet echt,” werp ik hem tegen. Hij herneemt zich en met ingehouden woede vervolgt hij: “Ik haat het volk, the mob, het grauw, het vulgus en hun führers, met hun vette pens, hun riool-tv, hun zompige sandalen, hun fucking voetbal, hun ………. ” Dan zwijgt hij weer een ogenblik en met een nauwelijks merkbaar verdriet in zijn ogen vervolgt hij: “Ja, ik sla een paar eeuwen over maar de geschiedenis zou ons toch iets ….af moeten leren, nietwaar?  De mens is niet-op-te-voe-den, er is geen morele vooruitgang in de geschiedenis.”

“En geen vooruitgang in je therapie”, flap ik er uit. Nietzsches woorden vallen me ongevraagd in: “Adriaan, welk beest heeft er in je hart gebeten?”

Hierop schiet zijn emotionele prop los en barst hij onbedaarlijk in tranen uit die hij niet kan stoppen en gedurende minstens tien minuten kan hij niet meer praten.

Haast fluisterend zeg hij: “Dat beest van jou zijn mijn herinneringen en ik ben te laf om ze te herinneren. Mijn ouders hebben me geen goede herinneringen meegegeven, en dat is de schande van elke ouder, vind je niet? En is dat ook niet de schande van overwonnen, kapotte, gedegenereerde volken, die zich niet willen herinneren?”

“En wie zich niet herinnert, verwerkt niet, dus herhaalt zich”, voeg ik toe.

“Ja”, treurt hij , “het is een oneindige geschiedenis van geweld die zich herhaalt, in hen, in mij, zo komen we geen stap verder.”

Dan heeft hij een aha-moment: “Nou snap ik waarom ik het zo lekker vind om je dat gruwelijke de Witt-verhaal te vertellen, kun je het zien?”

“Ja”, antwoord ik, “wie zich niet herinnert herhaalt zich. Zie je nu ook hoe je de therapie weer los kan trekken?”

“Pffff”, zucht hij. Hij zoekt naar woorden.

En dan plotseling parafraseert hij Kierkegaard, als een zorgzame vader die tegen zijn geliefde zoon spreekt: “je moet het leven achterwaarts begrijpen maar voorwaarts leven.”

Hij heeft zijn therapie weer vlot getrokken.

facebooktwitterlinkedinmail