Pages Navigation Menu

Mailbericht

Beste hooggeleerde broer,

Even snel een retourberichtje na jouw lieve en bezorgde mail.

Waar ik me tegenwoordig mee bezig houd vraag je? Wel, ik werk nu aan een doorslaggevend godsbewijs! Ik heb het bijna rond op de statistiek en de kleurenfoto’s na. Ik hoop niet dat je dit te duister toeklinkt, want God lijkt weliswaar een antwoordloos raadsel maar op de plek waar ik nu ben is dat een bedrieglijke schijn – wat zal blijken als straks mijn bewijsstukken openbaar worden.

Het Vaticaanse “opperbevel “weet inmiddels van mijn werk maar was er volstrekt niet blij mee want het is natuurlijk concurrentie, het haalt hun magie weg en houdt de collectebussen leeg. Hun verticale God verkoopt daar bij jou beter dan mijn eenvoudige horizontale God hier ter plekke, een God die niets blijkt voor te schrijven, die niet oordeelt of ……. Maar God’s plaatselijk succes daar bij jou zal hier een mislukking blijken.

Hun reactie op mijn komende publicatie zal wel weer de gebruikelijke volgorde doorlopen: eerst een zeer geringschattende afwijzing, dan een pijnlijke ridiculisering van mijn persoon, dan een voorzichtige erkenning om tenslotte te beweren dat ze de mogelijkheid van het bestaan van andere goden zelf al veel eerder overwogen hadden.

Maar het weerhoud me er allemaal niet van hard te werken om onze God hier zichtbaar te maken. Eigenlijk is mijn ontdekking kinderlijk eenvoudig maar nogal complex om aan te tonen vanwege de lastige deeltjestheorie en de ongebruikelijke rekenmodellen. Het komt neer op het principe dat als je ergens te dicht op staat je het niet goed kunt zien. Je hebt dus enige verbeelding nodig om die afstand te krijgen. Zei good old Einstein niet dat de wetenschap meer heeft aan verbeelding dan aan kennis?

Sinds mijn bijna fatale ongeluk van vorig jaar december heb ik veel kunnen nadenken hier in het ziekenhuis. Als de Dood je eenmaal heeft aangeraakt wordt je een stuk wijzer en bescheidener en raak je een boel overbodige innerlijk shit als vanzelf kwijt. Ook overbodige woorden komen mijn mond niet meer uit waardoor ik dagenlang kan zwijgen en alleen kan zijn in een rustige opgeruimde stemming. Ik besef hoezeer woorden maar primitieve instrumenten zijn om de dingen achter de Verschijnselen te beschrijven. Er zijn dagen dat iets zinnigs zeggen me  eigenlijk alleen maar lukt via de poëzie.

Ook ben ik me ineens zeer bewust geworden van het schitterende blauwe glij en strooilicht dat over de kouwe vulkanen en de rivieren schijnt. De filosoof Burk noemde het aanschouwen van de beangstigende horrorachtige schoonheid van de natuur het Sublieme en ik heb nu pas echt doorvoelt wat hij daarmee bedoelde.

Mijn fysieke en psychische revalidatie is nu iets meer dan een jaar gaande en verliep volgens de doktoren ongewoon langzaam. Om mijn angst te overwinnen opnieuw te worden overvallen door de gruwelijke hondsmieren maak ik regelmatig kleine goed geplande tochtjes in de bergen, onder begeleiding van zwaar bewapende verplegers. Er zijn hier veel lotgenoten in het ziekenhuis die met dezelfde mierenangsten kampen. Sommigen redden het niet, ontsnappen en lopen dan alleen de bergen weer in, hun verschrikkelijke Lot tegemoet. Anderen suïcideren zich omdat de medicatie of de hersenoperaties geen effect op hen schijnen te hebben. De meesten zijn technici of exobiologen zoals ik. Genetisch zijn we weliswaar onsterfelijk gemaakt maar de Dood is in deze contreien altijd zeer nabij !

Wel, lieve broer, je hoort hoe goed ik me red, maak je niet ongerust, ik ben op een vreemde manier eigenlijk wel gelukkig met mijn Lot. Het enige wat mij ontbreekt is jouw altijd plezierige gezelschap, je niet aflatende vriendelijkheid en hartelijkheid, en je oprechte belangstelling voor mijn welzijn. Ik zal je nooit meer zien gezien de afstand tussen ons maar ik beloof je niets te zullen nalaten wat in mijn macht ligt om je leven te veraangenamen. Ik hou je op de hoogte en als je op een avond naar de sterrenhemel kijkt, in de richting van de Noordster, denk dan niet dat het universum leeg en onverschillig is, want ik ben daar bij je.

Love, je Edward

PS. Wil je tegen onze lieve broer Eric zeggen dat ik vorige week de allernieuwste XP40 Bladerunners (boven de knie bevestigd) van zijn ruimbedeelde geld heb gekocht en nu zo snel “ter been” ben dat ik niet meer bang hoef te zijn voor de kuddes  Monster Mieren die mijn benen en armen opgevreten hebben. Ik ren wat af!

*

Edward drukt op de verzendknop, slaat het bericht op en loopt daarna langzaam naar het raam. De tranen staan in zijn ogen. Het uitzicht op de exoplaneet HYL 42 is verbijsterend, betoverend. Het strooilicht van de drie bleke zonnen en het blauwe glijlicht van de beide manen vallen over het vulkanische berglandschap waar de tijd nog moet beginnen. De 50 kolonisten die het in de compound hebben overleeft zullen niet terugkeren naar het aardse. De hondsmieren hebben ze vrijwel verslagen en ze hebben een nieuwe God gevonden die zich aan hen toont en zich over hen erbarmt.

facebooktwitterlinkedinmail