Pages Navigation Menu

Gedachten over Europa in 2009

Het zal nog generaties duren voordat Europese burgers zich Europeaan zullen voelen.

Ieder mens heeft de biologische kernbehoefte om lid te zijn van een groep waarin hij met andere mensen samen werkt en samen leeft. Hij is daartoe lid van verschillende groepen. Zijn gezin, zijn familie, de organisatie of het verband waarin hij zijn dagelijks werk verricht,  zijn dorp of stad, zijn regio, zijn sociale netwerken en zijn land.

Sedert de Middeleeuwen is een proces van natievorming gestart dat heden ten dage zelfs in Europa nog doorgaat. Het ontstaan van nieuwe afzonderlijke staten in het voormalige Oostblok en Joegoslavië zijn hier een voorbeeld van. Maar ook de perikelen rond de staatshervormingen in België tonen een nog lopend proces.

Natievorming berust veelal op geografie, taal, gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur. Het besef een Nederlander te zijn wordt de meeste kinderen vanaf jonge leeftijd met de culturele paplepel ingegoten en is onderdeel van iedere identiteit van de meeste Nederlandse volwassenen. Alleen op andere continenten wordt hij geconfronteerd met zijn identiteit als Europeaan. Maar dat is voor de meeste mensen slechts een incidentele ervaring. In het belangrijkste spelelement in een menselijk leven in deze tijd: sport, staat de identiteit van de naties zonder enige uitzondering centraal.

Het is zinloos om te verwachten dat zelfs in de moderne West-Europese beschaving de burgers van natiestaten zelfs maar enige directe loyaliteit en identiteit aan Europa zullen ontwikkelen. In ons bewustzijn is de emotionele loyaliteit volstrekt gericht op het eigen land. Het is bijna onmogelijk om je diepgaand te identificeren met de bewoners van andere landen. Want die zijn per definitie ‘anders’.

De omgang en verbondenheid met anderen in dezelfde cultuur stelt een mens dagelijks al voor veel problemen, de verbondenheid met ‘andere’ anderen is qua kenvermogen en biologisch functioneren bijna automatisch afwezig. Die relatie is slechts gegrondvest op de biologische emotie van de empathie en de culturele normen van de samenleving. Maar beide bewustzijnselementen zijn ten opzichte van buitenlanders erg zwak in relatie tot het eigen belang van de persoon en de groepen waartoe hij of zij behoort. Het buitenland en buitenlanders vormen in alle tijden voor nationale groepen altijd het meest gemakkelijke doelwit voor het afreageren van eigen ongenoegen in kwaadaardige projecties.

Het schetsen van een Europese utopie in welke zin dan ook heeft geen zin. Na fascisme en communisme en de doorbraak van het liberalisme zijn er geen wereldomspannende utopieën meer, die de gemiddelde Europese burger zullen aanspreken. Utopieën dienen om uitzicht te krijgen op bevrediging van de belangrijkste basisbehoeften van de mens, en die wordt op dit moment al door de Europese natiestaten vervuld. Een Europese identiteit zal pas stap voor stap in de komende eeuwen kunnen ontstaan, net als de nationale identiteit in de afgelopen eeuwen. Er zal heel wat ingrijpende gemeenschappelijke geschiedenis emotioneel moeten worden beleefd in relatie tot niet-Europese landen voordat door vele generaties heen het emotioneel loyaliteitsbesef ook voor een deel bij Europa zal komen te liggen. Daar dienen we dus rekening mee te houden bij het te voeren Europese beleid.

Europa kan dus op dit moment geen identiteitsfunctie vervullen. Het enige belang van de mensen in de natiestaat bij Europa is dat ze als lid van de Europese unie beter af zijn, hun belangen beter worden gediend, dan als ze geen lid zijn. De voorbeelden van Zwitserland en Noorwegen tonen aan dat zelfs dat geen uitgemaakte zaak is.

Europa kan zich dus alleen legitimeren met hele concrete voordelen en belangen. Dat zijn er wat mij betreft maar vier. De Europese Unie draagt er zorg veiligheid: dat er binnen de Europese Unie geen oorlogen meer worden gevoerd. Dat de welvaart van de burgers in de landen door Europese samenwerking hoger is dan zonder die samenwerking. Dat de grotere schaal een gezamenlijke buitenlandse politiek versus niet-Europese landen mogelijk maakt, welke de veiligheid en  belangen van de burgers van in de Europese landen beter beschermen.  En tot slot, en zeker niet onbelangrijk voor het vormen van Europese identiteit: het beroep wat mogelijk is op Europese rechtsorganen indien de rechtspleging in eigen land naar het individueel rechtsgevoel onvoldoende recht doet.

zomer 2009/JP

facebooktwitterlinkedinmail