Pages Navigation Menu

Bevoegd Geluk

Als Tom de cumuluswolk uitvliegt drukt hij de stuurknuppel direct met alle kracht naar voren totdat hij de Stuka in het richtvizier heeft waarna hij uit beide vleugels met alle acht machinegeweren vuurt.

De Stuka explodeert vrijwel direct in duizend stukken voor zijn neus en Tom moet in een reflex een helse verticale toer maken om niet in het débris terecht te komen. “Zo kun je jezelf dus neerschieten, lul, schreeuwt en schopt hij uitzinnig door de cockpit. Zijn wingman heeft het zien gebeuren en schreeuwt enthousiast over de radio: “Jezus Christus, wat een reactie, je was God de Grote Vergelder van stommiteiten weer net te snel af, yiihaaaa.”

Hij heeft nog tien minuten kerosine dus langzaam laagvliegend over de zilver spiegelende zee terug. De propeller van de Spitfire  staat al stil als hij de runway raakt.  Eén vleugel is over een halve meter geperforeerd, van het hoogteroer is meer dan een kwart weggeslagen.

Als hij langzaam naar de mess loopt hoort hij zijn vader, een Cambridge filosoof, in gedachten zeggen: “Geluk is een toestand om iets van te leren.” “Maar wat?”  Hij zegt het zo hardop dat de mechanic die het toestel inspecteert er verbaasd van opkijkt.

Dit is nu de 5e sortie dat God niet in mijn lamp blaast, dat ik de dood net niet in de armen spring, dat ik volledig buiten de statistieken val. Waarom heb ik zoveel geluk? Ik heb toch voldoende intelligentie om dat te weten? Hij hoort zijn vader onmiddellijk pesterig antwoorden: ” ja, voldoende intelligentie om de varkens  mee te voeren!”

Tom is blij dat hij zijn vader altijd bij zich draagt voor een goeie dialoog in bange tijden. Hij houdt zielsveel van zijn vader die het beste van zijn wezen aan hem heeft gegeven: zijn scherpte, zijn zelfvertrouwen (misschien wel eens wat teveel zo bleek vandaag), zijn praktische levenswijsheden, zijn moed en bezonnenheid, en zijn niet aflatende bereidwilligheid hem tot steun en advies te dienen. Toen een bombardement op Londen zijn vader, moeder en broer te pakken kreeg, besloot Tom jachtvlieger te worden. Gedeeltelijk uit wraakgevoel, gedeeltelijk omdat het leven hem sindsdien als totaal zinloos voorkwam en hij dat niet alsmaar wilde voelen. Dat er een oorlog woedde kwam hem goed uit.

Bij de debriefing krijgt hij een lang applaus van zijn squadron maten voor zijn moedige acties deze ochtend maar hij voelt niets, knikt minzaam met een geveinsde glimlach en vraagt zich af waarom er een enorm vacuüm in zijn borstholte opwelt.  Er wordt om vrijwilligers gevraagd voor een tweede sortie vanmiddag en als Tom zwijgend zijn vinger opsteekt merkt hij dat het vacuüm wegtrekt. Hij neemt zijn rust en slaapt een halfuurtje maar met een angstige vliegdroom. Hij wordt door drie Messerschmitts aangevallen en aan flarden geschoten. De parachute redt hem weliswaar maar hij heeft geen armen en benen meer om te zwemmen. Dan roept zijn vader hem raadselachtig toe: “je bent pas bevoegd dood te gaan als je bekwaam bent.” Uit doodsnood wordt hij schreeuwend wakker. Een koude douche helpt hem ontsmetten van de duistere vliegdroom.

Een half uur later is hij weer in de lucht, in mooi helder weer, met een kraakhelder zicht boven een vlakke zee. In de verte komt een overmacht aan zoemende Messerschmitts bf 109 en Stuka’s opdoemen. Tom wordt nu ongewoon angstig, hij weet dat zijn geluk nu op is, nog voor hij het raadsel van zijn afgelopen geluk heeft kunnen oplossen. Hij wil terug want dit wordt een zinloos gevecht, zowel tegen de overmacht aan gehakenkruiste Luftwaffe als tegen zijn radeloze angst. Maar de squadronleider is onvermurwbaar en overschreeuwt zichzelf in de radio: “Vluchten, gentlemen, is geen optie, geluk is een optie. Gelijk de dichter zegt: zoals een schilderij een lijst nodig heeft, zo heeft Geluk doodsangst nodig, schiet ze de hel in ! Out.”

De Battle of England duurt die dag niet lang, hooguit 20 minuten. Het gebrul van de motoren, het geratel van de boordmitrailleurs, het gegil en gefluit van de om elkaar heen draaiende toestellen, de doffe explosies en de in paniek schreeuwende piloten over de radio, het is meer dan hel. Tom dwingt zich tot het uiterste om uit zichzelf omhoog te komen. Hij vloekt en tiert onafgebroken. Zijn brein is ver over de topsnelheid heen. Als hij een felle pijn in zijn rechter schouder voelt en rook ziet komen uit de linker vleugel wordt het ineens volstrekt stil om hem heen en verandert de wereld in slow motion. Het is eigenaardig en onaards als zijn toestel in een volmaakte glijvlucht, licht stuiterend op de rimpelloze zee land, alsof het door een zachtmoedige hand behoedzaam wordt begeleid. Als hij met een verbaasde opgeluchtheid dat hij nog leeft de cockpit opent en zich naar buiten wurmt merkt hij dat het zwemvest is kapotgeschoten. Dit hou ik met één arm zwemmen niet lang uit, veel te zwaar beladen. “Hoe vaak kan je godverdomme doodgaan voordat je doodgaat”, vloekt hij naar de wolkeloze hemel.

Het is hem achteraf nooit duidelijk geworden waarom de Spitfire een half uur lang, driekwart onder water, is blijven drijven. Waar komt zo’n grote luchtbel vandaan dat die hem kon dragen? Vanaf de kust vaart een snel grijsgevlekt patrouilleschip op het slagveld toe. Tom lijkt het eerst aan de beurt.

De matroos die hem net op tijd, voordat de Spitfire definitief wegzakt, langs de hoge zijkant van de patrouilleboot uit zee ophijst en wiens gezicht hij maar niet thuis kan brengen, grapt hem toe: “U bent godverdomme niet bevoegd om hier te zwemmen, en al helemaal niet bekwaam met dat kapotte zwemvest. Sir!”

facebooktwitterlinkedinmail