Pages Navigation Menu

Niet voor Mietjes

“Mijn Foucault college ging ronduit slecht. Bar en boos slecht! Totaal ongeïnspireerd, ik kon de vlam er niet onder krijgen.” Pieter zucht, oogt vermoeid en drinkt zijn verpieterde koffie traag aan de docententafel.

” Ja, je hebt van die apocalyptische dagen Pietermans. Maar heb je niet gewoon last van een post coïtale depressie”, grapt collega en vriend Jos.

” Ha, de grumor van Jos”, bijt hij sarcastisch terug. “De wááát?” vraagt Jos met een bijna-gilletje. “Gruwelijke humor Jos,  grumor, ik ben er te moe en te leeg voor.” Jos schrikt van de ernstige toon waarop zijn vriend spreekt: “Sorry Pietermans, je zit echt aan de grond hè, no kidding?”

Pieter negeert zijn empathie en vervolgt: “Neem Schopenhauer, hoe kon die nou geïnspireerd college geven, tijdenlang, op hetzelfde uur als zijn gehate Hegel, die een volle zaal heeft en hij maar met een handjevol studenten zit?Geïnspireerd door woede, haat, koppigheid, door wat?” Pieter zucht weer, maar nu doet het toch wat theatraal aan.

Jos probeert hem wat te troosten: “Wat je niet begrijpt, moet je niet verwarren met wat misschien verborgen is, als ik het wat filosofisch mag zeggen.  Misschien waren het ook wel gewoon slechte colleges. En bovendien, die colleges van Foucault zelf, over de Moed tot Waarheid, ik ben maar een eenvoudig filoloog maar ik vond ze driehonderd bladzijden saai.”

Het gezicht van Pieter lijkt wat op te klaren bij de troostwoorden van Jos die daarmee direct zijn kans schoon ziet om vriend Pieter de waarheid te zeggen. “Mag ik je heilzaam voor de kop stoten over jouw colleges?” “Nou liever niet maar go-ahead…… vriend.” Dat ‘vriend’ werd met grote nadruk en klemtoon uitgesproken.

“Nou, ik weet wel waar het bij jouw colleges aan ontbreekt: you don’t sell if you don’t yell. Het ontbreekt jou aan zelfingenomenheid, effectbejag, publieksgeilheid en………je bent de veruitwendiging van saaiheid, dat is het. Doe iets!! Neem Fichte, deed zijn colleges juist op zondag, op kerktijd nota bene! Neem Wittgenstein, het stoom kwam uit zijn oren als ie de zaal op en neer beende. Neem je vriendje prof Harm, die gooit op zijn hoorcollege sterrenkunde met knikkers. Flirt met het knapste studentje desnoods. Wie is dat trouwens? Maar doe Iets!! Iets!!”

De colleges van Jos worden inderdaad druk en met enthousiasme bezocht, omdat hij gedurfde uitspraken doet (de RK kerk is één verkleedpartij), een mensenbijter is (pas op voor het ressentiment van de zwakken), grappen maakt (El Qaida heeft nog veel te doen), charmeert (mag ik naast je zitten Jeanine, je ruikt zo lekker),  en alles met een openhartige ijdeltuiterij (ik gebruik mijn brein als een pauwestaart).

Pieters colleges zijn daarentegen saai, taai en technisch. En hij is ook nog eens oerlelijk, zo’n gezicht waar alleen een moeder van houdt. Maar hij is een goed, integer mens, zonder woordenzwendel, aanmatiging of overbescheidenheid. “Twijfel is de grootste filosofische kwaliteit” leert hij zijn studenten. “Trots is een zwakte”, maar die Stoïcijnse uitspraak begrepen ze minder goed.

“Filosofie is leren sterven”, zo citeert hij Plato. Maar met zo’n levenshouding word je natuurlijk niet gemakkelijk gelukkig, hooguit een goeie Stoïcijn. Zo krijg je geen passievol college. Hij zal dus niet meer van didactische aanpak veranderen, wat Jos ook suggereert.  Hij is er te oud voor, hij zit kort voor zijn pensioen, hij kent zijn ongemakkelijke waarheid. “Misschien is het gewoon mijn leeftijd Jos. Ouder worden is dan leren jezelf overbodig te maken”, zegt hij onmiskenbaar mistroostig.

Jos voelt de zelfgekozen neergang van vriend Pieter goed aan en het gaat hem oprecht aan het hart. Hij heeft direct spijt van zijn vals oppeppende woorden die meer verwijzen naar zijn superioriteit dan naar een reëel advies aan Pieter. Hij moet eerst iets langdurig wegslikken om zonder een nog net niet trillende stem te kunnen zeggen: ” Pieter jongen, jij doet het godverdomme keurig. Je hebt al lang bewezen dat je sterk zat bent. Want oud worden is niet voor mietjes.”

facebooktwitterlinkedinmail