Pages Navigation Menu

Therapeutisch gesprek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De werkkamer van een psychotherapeut is een volstrekt unieke plek omdat het een vrijplaats is die nergens anders in één pakket te krijgen is: veiligheid van spreken, geheimhouding, en een zeer welwillend, niet belanghebbenden getraind oor, voor een langere periode.

Jolene wil met haar psychotherapeute onderzoeken waarom ze met haar kersverse  vriend Steven drie weken geleden in bed dook en daarbij achteraf het gevoel had dat daar iets mee was, dat iets niet klopte.

” Ik weet niet waarom ik met hem in bed dook, er is iets mis mee, het is maar een itch, ik weet niet eens of het er iets toe doet want ik heb geen hangups met seks, nooit gehad, het was ook geen slechte seks weet je, hooguit een beetje onwennigheid voor de eerste keer, maar hij was lief voor me, niks mis mee.”

“Probeer eens, moedigt de psychotherapeute aan.”

“Misschien de warme sensuele dag, de alcohol, mijn ready-to-go bikinietje …..misschien?” Het klonk als een lauwe hypothese, een ongewilde leugen met een toefje waarheid wat de alcohol betreft misschien.

“Of zou ik nieuwsgierig geweest zijn naar zijn minnaarkwaliteiten ?” Die gedachte voelde al helemaal aan als een goniometrische formule waar geen werkelijkheid op paste.

“Wat was je stemming voorafgaand aan het bed?”

“Kweenie meer, of ja, misschien een beetje zenuwachtig, alsof je plotseling op reis wil, zonder bagage, horloge, een kaart, of zoiets vaags. Maar het was in ieder geval geen dronken lust, zal ik maar zeggen.”

“Wat is je emotie op dit ogenblik als ik dat vraag?”

Jolene lijkt te schrikken van die frontale binnenkomer in haar toch zo goed beveiligde ego. Ze slikt iets weg, maar de aanstormende golf misselijkmakende weeë warmte in haar maag is niet te stuiten. En die brandbom achter haar ogen ook niet; ze  vecht een halve minuut tegen tranen.

” Verdriet, woede, het zal wel, ik kan er niet goed bij en ik wil er niet bij zijn ook, verdomme.”

“Te zeer? ”

De zachte, ietwat hese stem van de psychotherapeute klinkt Jolene als die van een vriend en vijand tegelijk. Ze is erg op haar psychotherapeute gesteld omdat ze de goede moeder is, met altijd de loepzuivere, rake vragen, nooit pushend, nooit te confronterend. En dan die zacht vriendelijke welkomsthand die ook bij het vertrek uit de therapiekamer Jolene vol doet stromen met iets wat liefde benadert maar het niet is, met iets wat haar elke keer weer net op tijd bij haar kwade onderwereld weg haalt en met iets wat haar elke keer één gram zuiverder en schoner maakt. Is die hand nu de troost van het lichaam? Is dat misschien waarom de troost van een vrouw zoveel beter is dan die van een man omdat het moederlijk fysieke van haar aanraking een onzichtbaar, een aangenaam oud extra is?

Na een volle minuut zwijgen komt de psychotherapeute terug met: ” Verdraag je nu het verder te onderzoeken Jolene ……. of wil je wachten op meer controle?”

“Nee, het is ok,  het gaat wel weer, we gaan verder.”

“Ga langzaam ” zegt de psychotherapeute weer aanmoedigend en een beschermend laagje aanleggend.

” Het is kwaadheid wat ik voel, en dan sadness.”

Jolene gebruikt vaak een engels woord om emotionele afstand te houden tot de pijn die in het woord huist. Dan zwijgt ze weer omdat ze een nieuwe golf ellende voelt aanstormen die ze maar net weet te ontwijken door haar nagels pijnlijk diep in   haar handpalm te drukken.

“Alle verhalen over liefde gaan ook over verdriet” probeert de psychotherapeute behoedzaam want ze weet dat Jolene meerdere korte en langere depressieve episodes heeft meegemaakt en ze wil niet een nieuwe episode triggeren.

“Misschien had ik de behoefte aan macht, verleidingsmacht, maar ja waarom toen ineens? ”

“Zat er misschien een andere laag onder dat machtsgevoel denk je?”

“Misschien…….onmacht ………misschien zocht ik troost en zo kon ik het gratis krijgen? Of misschien was het een afbetaling voor zijn alsmaar vriendelijkheid, zijn interesse in mij. Mij de sukkel.”

“Je neemt niet de man van wie je houdt maar een man die jou wil, is dat het?”

“Ja, dat is veiliger, hij is aardig, heel erg aardig voor mij sukkel. Maar hij is geen 1000 zonnen”

De psychotherapeute weet intuïtief dat zij op Jolene’s  laatste uitspraak nu kan inkoppen met de enig juiste, simpele en openrijtende vraag: wie is je 1000 zonnen? Maar nog voor ze hem kan stellen is het antwoord er al in de vorm van een onbedaarlijke huilbui die als een bom in een confetti-fabriek afgaat.

Ze raakt even Jolene’s ijskoude hand aan, ongewoon voor een therapeut, maar welgemeend en welgepast want liefdesverdriet is vaak bijna dodelijk, en Jolene heeft zwaar liefdesverdriet, dat is wel duidelijk.

“Niet het alleen zijn doet zo’n pijn maar het alleen gezet zijn, is het zo Jolene ?”

Het is een variant op een dichtregel van Vasalis ( niet het snijden doet zo’n pijn maar het afgesneden zijn) die ze ter plekke bedenkt.

Als ze wat bedaard is vertelt Jolene over haar 1000 zonnen: Eric.

” Hij is onder mijn huid weggekropen. Drie maanden geleden. Zelfs in mijn dromen heeft hij me verlaten. Hij is alleen ergens achterin ook diep blijven zitten, en hij komt soms in mijn hoofd, soms in mijn maag, of een kuit, en soms ook als een splinter die zweert. Ik  heb ook vaak een vreemde koorts waar niemand wat van snapt.Dan wil ik niets meer voelen, niets meer weten, niets meer doen, niets meer……………

Ik heb zo iets groots met Eric verloren. Zo moet het voelen als je een kind verliest, of alle toekomst als je de kanker hebt. Ik ben twintig kilo afgevallen in de twintig dagen nadat hij het uitmaakte.”

“Mmm, en Steven werd je troostmedicijn, je antidepressiva  misschien?”

“Ik denk het, ja, dat moet haast wel.”

De psychotherapeute vermoedt meer lagen en betekenissen en vraagt door:     ” zit er nog meer aan vast?”

” Eric belde me 3 weken geleden weer op, of ik nog vrij was zo te zeggen. Ik was totaal verlamd, gooide de telefoon op de haak en heb me onmiddellijk bedronken. Gek genoeg wilde ik niet naar hem terug, ik wilde dood en naar geen enkele hemel. Wat is dat? Onbegrijpelijk toch?”

De psychotherapeute denkt het te begrijpen en probeert: “als de verlatingswoede niet naar buiten kan gaat ie soms naar binnen. Depressie, suicidaliteit als omgekeerde woede, zou dat kunnen?”

Jolene breekt. Tussen het huilen door komt het gif met het inzicht bovendrijven: “Wat heb ik die jongen gehaat toen hij wegging, wat haat ik hem nu hij terug is, wat haat ik mijzelf dat ik niet terug durf. En het bed met Steven was de beste manier om ver bij Eric weg te komen en de deur naar hem dicht te krijgen. ”

“En een wraakmedicijn misschien?”

“Misschien dat ook nog, ja.”

“Dit verhaal gaat dus niet over seks, Jolene?”

“Nee, het gaat erover of ik naar hem terug wil, terug durf. Of ik trouw aan mijzelf durf te zijn. Daarom moet ik mijzelf in de spiegel gaan bekijken maar mijn spiegel doet het niet goed. Ik moet mijn eerlijkheid zoeken en mijn waarheid hierin.”

De psychotherapeute herinnert zich ineens een uitspraak van Haruki Murakami: Eerlijkheid en waarheid is niet noodzakelijkerwijs hetzelfde. Ze verhouden zich als de voor en achterzijde van een schip, de eerlijkheid verschijnt het eerst, de waarheid pas later.

Dan denkt ze: Jolene komt er met een duwtje wel uit maar dat ga ik haar nog niet vertellen.

(Elke overeenkomst met bestaande personen, gebeurtenissen en omstandigheden berusten op louter toeval )

 

 

facebooktwitterlinkedinmail