Pages Navigation Menu

Ons wereldbeeld wordt bepaald door wat we van waarde achten

 

 

 

 

 

 

 

 

Wereldbeelden worden door mensen zelf gecreëerd om betekenis toe te kennen aan hun kosmische eenzaamheid, hun overleving in een onbegrijpelijk heelal te midden van anderen.

In de wetenschappelijke visie is de mens een object, waarover je kennis kunt verwerven. Maar buiten de biologische-  en natuurkundige processen, is de wetenschappelijke kennis over de mens slechts fragmentarisch en beperkt. De resultaten van veel sociale onderzoeken, theorieën en hypothesen over de mens zijn eenvoudigweg niet te toetsen of weinig relevant. Daarom kan er ook geen sprake zijn van een wetenschappelijk wereldbeeld van de mens in zijn wereld, dat blijft een gebied voor  filosofie, religie, ethiek en politiek.

Mensen kunnen de natuur en zichzelf als object van kennisverwerving beschouwen. Maar mensen zien echter zichzelf en anderen meestentijds niet als object, maar als individu, als persoon. Dat is een ander niveau van het beschouwen van de werkelijkheid dan de wetenschappelijke, namelijk de alledaagse subjectieve werkelijkheid. Dan komen we op het niveau waar de mens geen onderdeel is van de wereld, maar in de wereld staat, in de tijd staat, hier en nu zorgelijk betrokken is op de wereld met intenties, bedoelingen. Het is het niveau waarop de mens zichzelf, de ander en de  dingen beschouwt vanuit zijn persoonlijke percepties, geïntegreerde beelden van gevoel en verstand. De wetenschapper André Klukhuhn schreef hier een lijvige studie over: de vele manieren van kijken naar de werkelijkheid vanuit de Januskop van de voor mensen kenbare werkelijkheid tegenover de door mensen ervaren werkelijkheid.

De beroemde wetenschapsfilosoof Karl Popper onderscheidt zelfs drie werelden: die van het object, die van het subject en dan nog een derde wereld: die van de betekenissen, welke mensen aan kennis van objecten en aan hun ervaringen toekennen. En zoals hij uitvoerig beschrijft: de wereld van de objecten (onze leefomgeving) en van de subjecten (ons onderlinge samenleven) veranderde tijdens de menselijke geschiedenis maar heel beperkt. Wat veranderde in de tijd waren met name de betekenissen, welke we als mensen aan elkaar en aan de verschijnselen in onze wereld toekennen.

Betekenissen welke mensen toekennen zijn slechts voor een deel gebaseerd op kennis. Betekenissen zijn vooral gebaseerd op waarden, op wat mensen belangrijk vinden, wat betekenisvol is, wat kwaliteit heeft. Waarden welke de basis vormen voor menselijke besluiten. Waarden, die de wijze bepalen waarop de mens handelt, welke zijn handelen indirect sturen. Waarden waarvoor mensen leven en waarvoor ze soms zelfs bereid zijn te sterven. Waarden die de leidraad vormen om behoeften, begeertes, verlangens te kunnen vervullen, tot vreugde leiden. Maar ook de waarden welke tot gebrek, angst, boosheid, verdriet en lijden kunnen leiden. Het centrale element in een dagelijks menselijk leven is van minuut tot minuut het beschouwen van de ander, van gebeurtenissen, van de wereld en het daaraan toekennen van een waardeoordeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging verdeelt de menselijke waarden in 5 groepen: religieuze, morele, esthetische, economische en vitale waarden. De religieuze, of beter gezegd transcendente waarden, vormen de betekenissen welke de kosmisch eenzame mens ziet in relatie tot de schepping en de eeuwigheid van het onkenbare universum. Religieuze waarden vormen voor de mens de hoogste waarde, het heilige. Dit geldt zelfs voor atheïsten! Nergens zal dus tussen mensen grotere strijd over ontstaan dan over verschillen in religieuze waarden. De mens is op dit niveau eenvoudigweg wat hij gelooft.

De morele waarden vormen datgene wat gemeenschappelijk voor mensen van waarde is, van goed of kwaad. Morele waarden vormen de basis van de onderlinge omgang tussen mensen en de ondergrond voor sociale gedragsnormen.

Esthetische waarden spreken voor zich: de kwaliteiten op grond waarvan mensen de natuur, kunst, objecten of andere mensen qua schoonheid waarderen. De economische waarden zijn natuurlijk financiële waarden: de waarde welke mensen hechten aan bezit en inkomen. De vitale waarden zijn uitermate individueel: o.a. leven, gezondheid, activiteit, kracht, macht, erkenning, geluk e.d. Tot zover zóu je kunnen spreken van een opeenvolgende hiërarchie in waarden. Bijvoorbeeld dat religieuze waarden belangrijker zijn dan bijvoorbeeld economische waarden.

Naast verschillen in religieuze en morele waarden, worden echter naar het oordeel van Kinneging de conflicten tussen de moderne mensen in de huidige Westerse samenleving vooral veroorzaakt door de overmatige invloed van de zgn. vitale waarden samen met de economische.  Deze worden gesteld boven de religieuze, morele en esthetische waarden.

Het is dus de mate van gemeenschappelijkheid van het menselijk wereldbeeld op de verschillende niveaus van menselijke waarden, die de samenwerking, conflictoplossing en cohesie in een samenleving bepalen. Daar kan wetenschappelijke kennis maar beperkt aan bijdragen. Dat is en blijft een kwestie van individuele- en democratische sociale consensus in de publieke ruimte. Jammer genoeg is die consensus tegenwoordig nauwelijks te vinden – op het gebied van waarden is in de polariserende samenleving vooral sprake van harde strijd, tussen steeds kleinere groepen.

Het streven van de hedendaagse postmoderne individuele autonome “authentieke mens” naar vitale waarden als: eigen leven, eigen bewustzijn, eigen activiteit, eigen geluk, eigen gezondheid, eigen spiritualiteit, eigen kracht, eigen macht, eigen reputatie, eigen bezit, eigen inkomen, stelt die eigenheid boven die van de ander, waarmee wordt samengeleefd. Een oppervlakkig narcistisch eenzaam wereldbeeld dus, de Belg Dirk de Wachter citerend.

 

facebooktwitterlinkedinmail