Pages Navigation Menu

(On)bereikbare Liefde (1)

 

De verkering van filosofiestudente Audry is uit. Hij is haar Grote Liefde, een liefde zonder uitweg. Dus kan ze hem niet opgeven en blijft ze hem emailend achtervolgen. Tegen beter weten in, want hij antwoordt haar nooit. Maar mailen is tenminste iets en ze schrijft:

Vandaag

Kijk. Nu jij niet meer met me wil praten, nu alle binding met je verloren gaat, wat kan ik dan nog anders doen dan naar deze enig overgebleven lauwwarme digitale plek komen? Naar de plek waar we zo vaak samen geweest zijn. Dezelfde plek waar ik nog een allerlaatste restje van een band kan voelen, zonder dat je er bent. Als een hond die op het graf van zijn baasje ligt te wachten en desnoods dood wil gaan. Want dood moet ie toch, nietwaar? Ik hoop natuurlijk stiekem dat je me niet direct delete,  maar leest en van achter je computerbosjes toekijkt wat ik hier in mijn uppie doe. Nou, dat is niets anders dan over jou en mij schrijven natuurlijk.  Schrijven is denken en nadenken en overdenken. Het is nog IETS proberen te voelen , me IETS voorstellen: beelden, herinneringen en  heimelijk dagdromen over hoe het zou kunnen zijn. Want de verbinding mag niet stuk, hoor je me? Als die stuk zou gaan wordt de wereld onherroepelijk weggezogen in een gewelddadige black hole,  mijn wereld, met alles erop, eraan en erin. Dan komt alles in het zwartste soort zwart terecht, zo pitch black dat je jezelf niet meer kunt zien en je lichaam een vreemd ding gaat worden. Zo is het.

Vandaag

Je twijfelde aan een leven met mij. Je ging weg. Je drijft me tot op de rand van suïcide. En nog ben je niet overtuigd? Is het ultieme nog niet genoeg? Welk ding in je hart moet je toch zo wreed bestrijden?

Vandaag

Is het eigenlijk zo gek dat jouw luidruchtige afwezigheid zo’n fatale uitwerking op mij heeft? Dat ik niet meer besta als jij er niet meer bent? En dat de een of andere vorm van navelstreng dus moet blijven bestaan om er überhaupt te kunnen zijn? Het is godsonmogelijk om me voor te stellen hoe het is zonder ook maar een haardunne draad naar jou. Je kan je toch ook niet voorstellen wat Niets is of wat Oneindig is, of het Onmogelijke, of hoeveel een biljoen mensen eigenlijk is? Onmogelijk toch?

Het enige dat je weet is dat je zonder een knooppunt met een ander niet bestaat, dat ik opgelost bent als suiker in de thee, als regen in de oceaan. Iedereen is tenslotte de ander en niemand is zichzelf (zegt Heidegger, weet je nog?). Dat er niet zijn, dat is niet persé een angstwekkend beeld hoor. Zoals dood zijn mij ook niet voorkomt als iets angstwekkends. Dood is dood toch? Maar het verrekkend doodgaan, het onafwendbaar afglijden naar het pijnloze Niets is dat wel. Jawel. Het losraken doet buiten alle proporties, vorm en getal ….Zeer. Het is geamputeerd worden met een botte zaag, zonder verdoving, zonder ook maar een bijthoutje. Eenmaal los van alles is er geen probleem meer, want dan ben ik er immers al niet meer. Kun je het nog allemaal volgen? Dat is toch niet zo moeilijk man? Misschien ook wel, als jij dit allemaal zelf niet zo ervaart. Weet ik veel.

Vandaag

Anyway, ik kan je dus niet loslaten, punt uit. Want als ik dat doe verdwijn ik, onvindbaar, spoorloos. Verdwijnt alles spoorloos en dat doe ik toch liever niet. Liever niet omdat ik dan niet bij je kan zijn op mijn ondoorgrondelijke, wonderlijke manier. Ja, het zal allemaal wel een malle cirkelredenering zijn, maar alle logica hoeft wat mij betreft niet altijd te kloppen. En alles wat je snapt hoef je nog niet altijd te begrijpen. En tussen oorzaak en gevolg zit niet altijd een verband. Zo zit dat. Weet je wat het is nu je weg bent? Het is zoals Cioran zegt: alle zin en betekenis loopt uit de dingen weg. En de leegte installeert zich binnen en buiten mij. Als de dingen en de mensen je niets meer zeggen, wat moet je dan? Dan wend je je tot jezelf en blijkt er binnenin niks meer te zitten. Het is hol, alles is ongezien weggeslopen. Ik heb ook nog een fotootje van je maar …….. een schilderij van een maaltijd stilt je honger niet, zegt de Zen meester. En zo is het.

40 mailtjes later schrijft ze:

Vandaag

 Ik herinner me een zinnetje van Murakami: ik heb het verlangen mezelf zo diep mogelijk te begraven. En zo is het ook.

Ik wou dat je een mormoon was, dan kon ik tenminste met jou en je nieuwe vriendinnetje mee, naar een duister achterkamertje desnoods. Want we hadden wel eens ruzie, maar geen echt Gedoe of een slecht sexleven of zoiets, toch?

Je moet toegeven dat ik, tot nu toe tenminste, geen fatal attraction gedrag vertoon. Wees niet bang, dat zal ook niet gebeuren want ik lijd aan een teveel aan zelfcontrole heb je wel eens gezegd. Aan een teveel aan zelftoetsing en zelfzuivering en zelfbeknibbeling en zelf-dit en dat. Ik heb mezelf nu zo ver uitgeknepen dat er geen druppel sap meer uitkomt.  Bij mij geen slippery when wet. Of zoiets.

Vandaag

Mijn lieve liefste, waar ben je nou? Ondragelijk dit gemis: de amputatie, de dorst, het tergende verlangen, het doelloos zoeken, het bidden, het hongeren, huilen, uitzien, omzien, afzien, smeken, zuchten, het lege staren, het zinloos dolen, waar ben je, godverdomme? Als je niet terugkomt dreig ik met de deurwaarder en het Openbaar Ministerie, dan wordt ik een Draculette, een Hitlerette desnoods. Dan zet ik alle kranen bij je open, gas en water en licht, plus alle bijenkorven, mestkelders en afvalcontainers. Tot iedereen dood is en wij de enige twee die over zijn in het universum. Dat doe ik! (Not)

62 mailtjes later:

Vandaag

als je de kranen opent zinkt het schip,als je geen water geeft vergeelt het groen, als je een klok niet windt dan stopt de tijd, en als je de liefde stopt dan sterft een ziel die wordt ontvacht, ontbeent van elke zin ruw losgescheurd en daarna wordt de wereld rauw gevild van al het schoon en nut ontveld, geen glans, geen kleur, geen licht, geen hand voor ogen kunnen zien, een woestenij van dooie afvalresten.

ik wou dat ik bij je op de bank kon zitten.

77 mailtjes later:

Vandaag

Niets te melden behalve dat mijn sexleven nu volledig vervangen is door vanilleijs en goedkope Chardonnay.

78 mailtjes later:

Vandaag

Weer helemaal niets te melden. O ja, toch. Lees ik toevallig weer eens Charlotte Brönte en wat staat er? Liefdesverdriet gaat veel dieper dan melancholie !! Kijk, dat heb ik nou weer.

82 mailtjes later:

Vandaag

Met al mijn angst om alleen te Zijn spring ik net als iemand die hoogtevrees heeft nog liever in het ravijn dan telkens weer bang op de rand te moeten staan (om weer eens  met Heidegger te spreken). Weet je, voor mij is dood dan niet weggaan maar thuiskomen.

Men zegt dat de onbereikbare liefde levenslang duurt. Nou, daar ben ik dan mooi klaar mee. Of ben ik verslaafd aan Ontroostbaarheid, misschien?

96 mailtjes later:

Vandaag

Ik ben sinds twee weken een vers fris troostvriendje aan het uitproberen. Een lieve, aardige, erg verliefde jongen, beslist. Maar een licht is nog geen lamp.

Ik vertel hem natuurlijk niks. Phffffff…wat een bedrog en wat een zelfbedrog!

114 mailtjes later:

Vandaag

Lieve Liefste. Wittgenstein fluisterde me zojuist in dat mijn liefde voor jou bestaat uit twee delen. Het deel wat ik je kan zeggen en het deel wat ik je niet kan zeggen. En dat laatste is natuurlijk het belangrijkste.

144 mails later schrijft ze tenslotte:

Vandaag

Je bent terug, helemaal terug, ik wist het wel, ik wist het!!

Niet omdat ik volhield, want een stuk zeep moet je niet al te stevig vast willen houden. Niet omdat jij uit geëxperimenteerd bent,  lieve bange smeerlap. Niet omdat ik toch de Beste, de Liefste, de Mooiste en de Dittummudat ben. En niet omdat jij spijt had of eigenlijk wel beter wist.

Nee, je bent terug omdat jij en ik dit Wonder niet begrijpen, daarom! Omdat alles beweegt maar dit Geheim kennelijk al vaststond! Omdat er iets groter is dan wijzelf, daarom!

Wie zei dat: de taak van de pure liefde is zichzelf in de overgave te houden, vanaf de eerste dag? Nou, dat heb ik geprobeerd dacht ik.

En wie zei dit : een mens is altijd alleen; de vraag is wie je er het beste bij kunt hebben? Kennelijk zijn jij en ik dat, mijn lieve lieve liefste.

facebooktwitterlinkedinmail