Pages Navigation Menu

Mens ben je, menselijk moet je leren worden

Als samenleving dienen we het fundamentele gebod ‘de mens is de mens heilig’ in de granieten ondergrond van onze instituties te funderen en ten principale geen enkel onderscheid te maken ten aanzien van de menselijke waardigheid van iedere mens in de samenleving. Dat veronderstelt echter zeker niet dat iedere mens zich ook menswaardig gedraagt. Maar wel dat we ook menselijke monsters als Dutroux of Karadzic zelf menswaardig dienen te behandelen, teneinde ons zelf niet met hun onmenselijkheid te besmetten.

Wat is de kern van het mens zijn? Andreas Kinneging, Nederlandse rechtsfilosoof, in navolging van de Duitse filosoof Heidegger, omschrijft de relatie van de kosmisch eenzame mens, worstelend met de wereld en zijn toekomst als een relatie van Zorg. De mens kan niet overleven zonder zich zorgen te maken (met de bijbehorende emoties), zonder te zorgen (te handelen) en zonder zorgzaamheid (het juiste gedrag) voor zichzelf (fysieke en geestelijke gezondheid), voor anderen en voor zijn wereld.

Iedere nieuw geboren mens moet net als een akker ‘in cultuur’ worden gebracht (dat was de oorspronkelijke betekenis van het woord cultuur). Zonder bewerking brengt een akker geen graan en dus geen brood voort. Zonder het in bewerking brengen van zichzelf kan een mens niet voor zichzelf, noch voor anderen zorgen. Hij heeft zorg van anderen nodig en moet die kunnen verwerven. Hij heeft zorg aan anderen te geven, anders staat hij alleen, dus hij moet leren zorg te geven. De mens schiep orde in de wereldse chaos. Iedere nieuwe mens moet die orde scheppen in zijn eigen wereld.

De mens moet dus leren met zijn vrijheid om te gaan en leren zich rekenschap te geven van (en rekenschap af te leggen aan) anderen. Dat is zijn negatieve vrijheid: anderen respecteren, niet te belemmeren en niet belemmerd te worden. Maar de vraag die daarna gesteld dient te worden volgens de Britse filosoof Isaiah Berlin, is de vraag hoe die vrijheid positief  in te vullen? Hoe geef je je leven in vrijheid  vorm? Immers een mens treft zichzelf in volwassenheid aan, geworpen in een wereld die hij zelf niet heeft geschapen. Hij is het product van zijn voorouderlijke genen, van zijn opvoeding, van de geschiedenis, van zijn omringende cultuur, van de bereikte beschaving en van het tijdperk waarin hij leeft. En hij heeft er letterlijk maar het beste van te maken. Maar wat is dat beste?

Volgens de Franse filosoof Andre Comte Sponville moet je, om het beste van je leven te maken, kijken naar wat de geschiedenis ons over de mens geleerd heeft. We weten wat de mens in slechte zin vermag in egocentrisme, hebzucht, pure kwaadaardigheid en wreedheid. Maar anderzijds weten we ook wat de mens aan voortreffelijke vermogens heeft tot onderlinge samenwerking. Tot het creëren van rechtvaardige en democratische samenlevingen door middel van instituties.  Tot de ontwikkeling van wetenschap, technologie en kunst. Tot menslievendheid in het lenigen van nood van anderen, tot vriendschap en liefde. En het beste, de uitmuntende menselijkheid waartoe de mens in staat is, moet volgens Sponville altijd onze meetlat voor ons eigen leven zijn. We worden als mens geboren uit twee andere mensen. Onze kosmische eenzaamheid bekleedt ons bij onze geboorte met menselijke waardigheid, maar voortreffelijke menselijkheid moet ieder van ons verwerven in een lang lerend leven, aldus Sponville.

Menselijk wordt de jonge mens pas als de zuigeling op basis zijn genetische mogelijkheden gecultiveerd wordt tot een volwassen mens, welke zijn of haar potentie tot menselijkheid daarna verder zelf vorm gaat geven. Tot die volwassenheid moeten we pogen de jonge mens de waarden van menselijkheid mee te geven. Want uiteindelijk wordt mens-zijn niet bepaald door wat hij weet, maar door wat hij gelooft, door wat hij heeft ervaren en geleerd. De gewoonten ( karakter!) die een mens zich heeft aangemeten, toen zijn eigen akker werd bewerkt door zijn ouders, opvoeders en omgeving.

Wat zouden we, om onze volwassen positieve vrijheid in ons eigen leven aan te wenden, hebben moeten leren? We zouden volgens Sponville geleerd moeten hebben  om de mensheid niet onwaardig te zijn. Om met diep respect en dankbaarheid naar de geschiedenis van de mensheid te kijken, naar de enorme worstelingen, het vele vergoten bloed en het diepe lijden dat de mensheid heeft gebracht tot waar ze nu staat.  Trouw te zijn aan het beste dat ontelbare mannen en vrouwen aan ons in beschaving hebben doorgegeven en die menselijkheid zelf weer door te geven aan hen die na ons komen. Trouw te zijn aan een bepaald idee van mens-zijn, aan het idee van het beste wat de mens kan zijn, zonder illusies of utopieën. Want we weten maar al te goed dat de mens door onbewuste drijfveren, door zijn biologische egocentrische instelling, door zijn begeerten en zijn hartstochten en door zijn permanente angsten een kwaadaardig vermogen heeft anderen diepgaand te doen lijden. Maar we weten ook dat de mens boven zijn dierlijke biologie uit kan stijgen in menselijk kunnen. In prestaties, in creaties, maar vooral in het volle goede vermogen van wat een mens in relatie tot zijn medemens kan zijn.

facebooktwitterlinkedinmail