Pages Navigation Menu

Iedere burger nog gelijk voor de wet?

Een van de kernbeginselen van een rechtsstaat is het gelijkheidsbeginsel: iedere burger is gelijk voor de wet. De overheid betrekt dit beginsel in de eerste plaats op zichzelf. Iedereen: rijk of arm, van welk geslacht, ras of geaardheid dan ook, wordt door de overheid gelijk behandeld.

De Nederlandse grondwet stelt in artikel 1 zelfs dat: “..Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”, dus breidt de grondwet dit beginsel zelfs uit tot alle in Nederland aanwezigen in plaats van alleen haar eigen burgers! De grondwet geldt niet alleen voor de overheid, maar stelt dat dit ook geldt voor alle instellingen en bedrijven in Nederland, en tussen burgers onderling. Ik mag niet weigeren mijn huis te verkopen aan…..

Iedere burger kan zich derhalve op dit principe beroepen en dient de mogelijkheid te hebben juridische procedures ingevolge dit grondrecht te voeren, ongeacht zijn inkomenspositie. Dit is de basis voor de reeds lang bestaande sociale rechtshulp.

Het kabinet verhoogt nu de inkomensgrenzen voor de sociale rechtshulp en verlaagt fors de tarieven welke advocaten ontvangen voor deze rechtsbijstand. Daardoor verandert het principe: ‘gelijk voor de wet’ in:  gelijk voor de wet, tenzij je geen advocaat kunt betalen of geen advocaat kunt vinden die tegen een dergelijk laag tarief je zaak wil behandelen.

Blijkbaar gaan we het rechtsstaat beginsel van gelijkheid nu ook overdragen aan de vrije markt. Burgers moeten zich maar verzekeren (dan bepaalt de assuradeur wel of je wel of niet van dit grondwettelijk recht gebruik kunt maken) of komen terecht op de wachtlijst van goedkope advocaten.

De gelijkheid strekt zich niet uit tot de overheid of andere organisaties zelf. Die mogen op kosten van de belastingbetaler of consumenten wel hoogbetaalde advocaten inhuren om de burger of consument weerwerk te geven.

Geen wonder dat de politieke filosofen als Adam Swift stellen dat gelijkheid voor de wet en gelijke behandeling dient in te houden dat de tegenpartij in een procedure principieel geen groter advocatenbudget mag hebben dan de rechtzoekende burger. Maar dat is nooit in wetten vastgelegd. In die zin was de grondwet artikel 1 al lang een politieke illusie: de kleine portemonnee tegen de dik gevulde.

Ongelijkheid is er altijd als je met ongelijke middelen moet vechten. Nu wordt de modale burger ook nog de mogelijkheid van een goede advocaat ontnomen. De overheid schrapt dus nu, onder het mom van bezuinigingen, ook in de praktijk artikel 1 van de grondwet.

We overschatten zo langzamerhand de democratie in Nederland. De overheid volgt tegenwoordig niet meer de principes van de rechtsstaat, maar geeft voorrang aan de principes van de economische kosten. Nederland is ook al een van de weinige landen, waar het rechtsprincipe ‘onschuldig, tot schuldig bevonden door de rechter’  in de praktijk wordt geschonden  met standaard voorlopige hechtenis. Ook wel zo efficiënt, dan hebben die nog niet veroordeelden in ieder geval hun straf al gehad en krijgen zo nodig die onschuldigen achteraf wel wat schadevergoeding.

facebooktwitterlinkedinmail