Pages Navigation Menu

Een voortreffelijk mens worden

Wat doen we met onze niet negatief door anderen belemmerde vrijheid, dus onze positieve vrijheid?  Hoe geven we ons leven in positieve vrijheid vorm? Voor iedere mens kan het antwoord in algemene zin volgens Comte Sponville hetzelfde zijn: altijd te streven naar de voortreffelijkheid, waartoe de mens zich in staat heeft getoond. Ons af te vragen wat we willen voor de mensheid. Wat ons eigen idee van mens-zijn is. Onszelf te zien als onderdeel van een lange menselijke geschiedenis, onszelf onderdeel te voelen van de mensheid wiens waardigheid en bereikte beschavingsniveau met alle macht beschermd dient te worden.

Moraal, vooral in de zin van regels, is volgens Comte Sponville slechts een klein onderdeel van de ethiek, de vraag hoe te leven.  Kleinzielige moraal maakt vaak van de ethiek een droefgeestige kwestie. Hij sluit hierbij aan bij de Nederlandse wijsgeer Spinoza, wiens ethiek van een blij leven eigenlijk alle moraal ondergeschikt maakt aan de wijze mens, die liefde kent voor de waarheid, hoe die ook is, en dus in plaats van angstig blij kan zijn.

Om een voortreffelijk mens te zijn hoeven we volgens Sponville alleen maar een goed mens te zijn. En wat is een goed mens: een mens die altijd poogt goed te handelen (Spinoza zou zeggen: adequaat te handelen), niet tegenstaande het feit dat niemand passies als jaloersheid of boosheid altijd kan vermijden.

Altijd pogen goed te handelen is iets wat je vooral tijdens je jeugd, maar ook tijdens je volwassen leven met vallen en opstaan moet leren. Het moet een gewoonte worden, een gewoonte die net als andere gedragingen onderdeel van je karakter worden. Goede gewoonten werden in het verleden veelal deugden genoemd. Deugd betekent letterlijk voortreffelijkheid, uitmuntendheid. In de Griekse en Romeinse stamwoorden van deugd wordt gerefereerd aan Moed, aan Kwaliteit. Een deugd is een gewoonte die tot werkzame kracht, een werkzaam streefvermogen in iemand is geworden. Deugden vormen de hoogste individuele menselijke waarden…

De deugdenethiek kent een lange geschiedenis en was tot nog maar 50 jaar geleden, al sedert Aristoteles, de belangrijkste filosofische leer over hoe te leven. Deze ethiek beveelt aan  om als mens naar de vier kardinale deugden te streven. Dat betekende vooral Rechtvaardig te zijn tegenover je medemens, ieder het zijne, in welke maatschappelijke positie je je ook bevond. Daarvoor was het nodig dat je Wijsheid verwierf, Moedig was en Matigheid bezat (matig in het vervullen van je begeerten en het uiten van je emoties, geen slaaf van je ego en je passies zijn).  Met matigheid werd dus eigenlijk bedoeld: over zelfbeheersing beschikken. Mensen die deze deugden in hun leven pogen uit te oefenen zijn pas in staat om de uiteindelijk hoogste deugd te verwerven: de onvoorwaardelijke Liefde voor de medemens en de schepping.

Comte Sponville, maar ook bijvoorbeeld de Nederlanders Kinneging en van Tongeren, hebben recent gepoogd de ethiek van de deugden opnieuw tot  onderwerp van filosofisch discours te maken. Immers met het verlies van het christelijke schuldbesef als zondige mens, is in de Westerse samenleving vooral een vorm van ethiek in opkomst welke is gebaseerd op de rechten opeisende, autonome, authentieke, uiterst egogevoelige mens, met minder prettige gevolgen vooral voor de omgang tussen mensen in de publieke ruimte.

Sponville beschrijft in zijn ‘Kleine handleiding over de grote deugden’ de belangrijkste deugden welke een waardige, voortreffelijke mens zou dienen na te streven: Elementaire beleefdheid, Respect voor (belangen van) anderen, Trouw aan de medemens en de samenleving, en Bezonnenheid (op basis van kennis en intuïtie beschouwen en dan pas oordelen) bij ieder handelen. Dan pas is Matigheid, Moed en Rechtvaardigheid mogelijk. Om tot de wijze Liefde te geraken is Compassie nodig, Edelmoedigheid, Barmhartigheid, Tolerantie, Goeder trouw en Dankbaarheid jegens anderen. Daarbij moeten we onszelf niet op een voetstuk van Hoogmoedigheid plaatsen, maar blijven streven naar Humor en Zelfspot, Eenvoud, Nederigheid, Zuiverheid en Zachtmoedigheid.

Comte Sponville komt daarbij uiteindelijk tot eenduidige leefregels voor de voortreffelijke mens. Vanuit de Ethiek (hoe moet je leven): “..heb lief en doe wat je wilt”. Vanuit de Moraal (hoe te handelen naar anderen): “..doe alsof je lief hebt en vervul je plicht (doe wat je behoort te doen)”. Samen in 1 regel:    ” ..heb lief of doe wat je moet doen”.

facebooktwitterlinkedinmail