Pages Navigation Menu

Wittgenstein: Alle waarheid is gebaseerd op taal

Iedere individuele mens is aangewezen op andere mensen voor zijn overleving. Mensen kunnen alleen in groepsverband leven. Samenleven in groepen roept door tegengestelde belangen per definitie conflicten op. Conflicten kunnen opgelost worden, zoals bij hogere zoogdieren, door directe fysiek emotionele reacties en (dreiging met) geweld of vluchtgedrag. Alleen bij mensen is conflictoplossing mogelijk door communicatie via taal (overleggen, onderhandelen) en via regulatie door op taal gebaseerde sociale emoties als berouw en schaamte.

Het menselijk taalvermogen vormt het kernverschil tussen mensen en andere hogere diersoorten. Alleen taal maakt referentie naar een verleden en een toekomst mogelijk. Alleen taal maakt het een mens mogelijk  zich als individu te manifesteren naar anderen vanuit wat hij is en wat hij wil worden. Alleen taal maakt het mogelijk om in concepten te denken, welke in de werkelijkheid niet bestaan, omdat ze slechts groeperingen vormen van verschijnselen in de werkelijkheid (“bomen” bestaan niet, wel “deze boom”). Alleen taal maakt abstracte concepten mogelijk, zoals rechtvaardigheid, welke in de werkelijkheid niet waargenomen kunnen worden.

Niet het bewustzijn, niet het zelfbewustzijn, niet het zelf / het ik ( deze kennen andere diersoorten ook), maar taal kenmerkt de mens. Taal is de basis voor de gedachten in de menselijke geest, voor vertaling van beelden en gevoelens, voor het autobiografisch geheugen en voor het beeld van de toekomst dat ieder mens zichzelf schetst.

We kunnen als mensen echter slechts onderling samenleven met behulp van taal als het waarheidsprincipe in die communicatie centraal staat. Zonder het bestaan van waarheid bestaan er geen leugens en worden geen fouten gemaakt in menselijk samenleven, aldus de Britse filosoof Roger Scruton. De rationaliteit van de mens is a priori gebaseerd op de logica van waar of onwaar. Immers iedere uitspraak van een mens bestaat uit een object waarover een uitspraak wordt gedaan. Taalkundig: een naam waar over iets gezegd wordt (predicaat). Ieder verschil in overtuiging tussen mensen is derhalve terug te voeren op de waarheid van de overeenstemming tussen hun gedachten en de werkelijkheid waarover zij redetwisten.

Vanuit het menselijk individu gezien is het kentheoretisch en antropologisch correct dat een ieder slechts zijn ‘eigen’ wereld kan ervaren, vanuit zijn eigen percepties. Maar filosofisch kunnen we niet van een individu uitgaan. Descartes stelling:  ’ik denk, dus ik besta’ is onmogelijk zonder eerst te veronderstellen dat het individu samenleeft in een groep mensen. Want anders kan het individu geen taal verwerven en dus niet denken. Descartes stelling had dus voor de filosofische praktijk gezien beter anders kunnen luiden: ‘wij denken, dus wij bestaan’. Dit is de fundamentele bijdrage van Wittgenstein aan de filosofie.

Een filosofisch subjectief gezichtspunt is derhalve weinig constructief voor het filosofisch denken over maatschappelijke realiteiten. Mensen moeten samenleven, mensen kunnen niet anders dan onderling communiceren. Om samen te kunnen leven is het concept van waarheid nodig. Om samen te kunnen leven moeten we uitgaan van objectieve feitelijke werkelijkheden, waarover we in discussie kunnen gaan. Anders is er geen sprake van een publiek domein waarin we op vreedzame wijze onze gezamenlijke levens en toekomst kunnen vormgeven. Metafysica voorkomt geen oorlogen.

Op grond van de wetenschappelijk empirische methode hebben we de mogelijkheid om tussen mensen tot overeenstemming te komen over waarheid (althans maten van waarschijnlijkheid). Die mogelijkheid kennen we in het maatschappelijk verkeer niet. Daar zullen we moeten blijven discussiëren over onze overtuigingen hoe de werkelijkheid er uit ziet en wat wenselijk is voor de toekomst  op basis van feiten en argumenten (waar of onwaar) en onze oordelen steeds weer  aan de ander moeten toetsen.  Dat bereik je niet door waarheid te relativeren of te stellen dat iets slechts het oordeel van de ander is. Dat bereikt je door te argumenteren en te bevragen: hoe weet je dat?, wat bedoel je? Klopt dat wel wat je stelt? Als we taal en argumenten niet meer gebruiken om onze tegenstellingen te overbruggen en samen te streven naar waarheid, dan heeft taal zijn functie verloren als kernonderscheid tussen mensen en dieren.

 

facebooktwitterlinkedinmail