Pages Navigation Menu

Intimiteitsangst

De psychotherapeut van Valerie is ontroerd bij het lezen van het onderstaande mailtje dat Valerie onlangs aan haar vriend Alex stuurde. Met de copy van deze mail wil ze kennelijk iets intiems delen met haar therapeut. De therapeut is er door geroerd omdat Valerie, een 29 jarige ernstig vroegkinderlijk getraumatiseerde vrouw, haar binnenwereld voor het eerst durft te laten zien aan een ander mens dan haar therapeut. Aan Alex, die ze stapvoets heeft durven vertrouwen, bij wie ze ondanks al haar heftige ambivalenties affectief wil aanhaken wat voor een dergelijke patiënte meestal een onmogelijkheid is.

Deze mail, hoe warrig en versluierend ook geschreven, is een belangrijke aanwijzing dat haar nu jarenlang lopende behandeling een relevante vooruitgang boekt en dat is voor een traumatherapeut hartverwarmend om te constateren. Het doet het zelfvertrouwen van een traumatherapeut goed als zoiets gebeurd in een dergelijke, vrijwel altijd moeizame en uiterst pijnlijke behandeling. Want bij de behandeling van ernstig getraumatiseerden is meestal sprake van een meanderend, kwetsbaar zelfvertrouwen dat bij de therapeut maar al te vaak danig wordt ondergraven. Therapeuten zijn ook behoeftige mensen.

———–
Lieve Alex,

Omdat praten meestal moeilijk, te moeilijk voor me is heb ik soms de onwaarschijnlijke aandrang, bijna onbedwingbaar en volstrekt tegen mijn wil in, om je te schrijven zonder direct te weten wat te willen schrijven. Er is daarbinnen in mij iets gruwelijks en iets mooi’s dat er met een vreemd soort gewelddadigheid uit wil, maar niet verloren wil gaan. Een gekooid beest dat zich stuk beukt tegen de tralies, een bloesemknop die op barsten staat. Zoiets. En jij moet die uitbarsting dan voor me bewaren, denk ik. Je mag het bij je houden want ik weet dat je het zorgvuldig bewaart ook al delete je mijn mail. Dan weet ik dat het ergens in een hoek van je brein rustig opgeborgen ligt zonder dat je er speciaal op hoeft te letten of dat het je dwars zal zitten. Misschien sijpelt een restje ervan door in je droom, als een naar voren geschoven boodschap, maar dat zal altijd het zachtste en liefdevolste gedeelte zijn want dat is het gedeelte wat voor jou bedoeld is, lieve Alex.

Het kan over van alles gaan. Over muziek bijvoorbeeld, of over boeken of films, of  mijn autistische buurmeisje, of over de roze kersenboom naast mijn huis. Over waarom dat alles me soms zo godsgruwelijk en uit een volstrekt onverwachte hoek vastgrijpt en ik er zo rauw van moet huilen zonder goed te weten waarom.

Over herinneringen aan mijn gemartelde jeugd, over al die dooie mensen die ik goed en slecht gekend heb, over mijn repeterende doodswensen die me zelden benauwen. En over jou natuurlijk, die ik ondanks mijn hunkerende aanhaligheid alsmaar niet in mijn armen durf te nemen.

Maar ik moet, ik moet het aan iemand toevertrouwen en ik weet niemand anders en wil ook niemand anders dan jij aan wie ik het, stukje bij beetje, kan overgeven omdat ik weet dat je een beschut plekje voor me hebt gemaakt. Ik ben naar iets op zoek binnen mijzelf dat erom vraagt begrepen te worden maar zich toch onbeweeglijk schuil houdt. Misschien wel omdat ik er te bang voor ben, te beducht om er teveel en ondragelijk van te gaan houden. Misschien ben jij het ook wel, of datgene waarvoor je in mijn ondergrondse verbeelding staat. Ik weet het niet.

Het dichtst dat ik erbij kan levert telkens een scherp schrijnend gevoel op, als glassplinters in je maag, als een schel soort melancholie, heimwee. Is het mijn gemiste moeder, mijn gemiste vader, mijn gemiste broers, mijn doodgeboren zus? Is het een oningevuld verlangen…….. iets dat ik onverdraaglijk mis? Ja, dat moet het haast wel zijn. En misschien mis ik jou ook wel daarom zo hartverscheurend (terwijl je er toch altijd bent) omdat je er iets mee te maken hebt, alsof je de sleutel hebt tot de bevrijding uit mijn Ondergrondse Chaos. Daarom wil ik dat je mijn vriend blijft, als-je-blieft mijn liefste vriend blijft. Heel egoïstisch vind je niet?

Maar ik ben direct tot elke wederdienst bereid hoor, om hetzelfde voor jou te doen als je ook zo’n hongerend beest in je zou hebben (vast niet). Of iets anders wat ik je zou kunnen bieden, iets heel anders misschien wat je dierbaar is en je een veilig onderdak zou willen geven. Want een stukje van jou in mij bewaren geeft de warmte van een gloeiend rood steenkooltje, een gloeilicht, een zoeklicht in mijn akelige donkerte, om als troost naar te kijken.

Daarom wil ik je altijd bij me hebben, wil ik bij jou zijn ook al heb ik de voortdurende neiging bij je weg te rennen als je te dicht op mijn huid zit. Mijn ziekelijke hang naar intimiteit: als ik dat maar even voel is het direct levensbedreigend voor me. Dus als je me ooit hoort zeggen dat ik bij je weg wil, luister dan nooit naar me Alex, niet doen, want in paniek kan ik een mensenbijter zijn en kan ik liegen als de beste. Het is alleen maar doodsnood en dat gaat vanzelf wel weer over, snap je? Snap je het überhaupt nog, dat warhoofd van me? En trouwens, je hoeft het allemaal ook niet te snappen want dat doe ik ook niet. Als je maar weet dat ik van je hou, in het kwadraat, en zelfs dat snap ik niet. Maar een mens weet vaak meer dan ie begrijpt, zou het niet?

Je Altijd en Altijd, Valerie.

PS: ik heb steeds zulke koude handen en voeten, kom je straks eten?

 

Deel of print dit artikel

facebooktwitterlinkedinmail