Pages Navigation Menu

Esthetica als beleving van schoonheid en als levenshouding

Ik koester een filosofisch subjectieve opvatting van de werkelijkheid. De wereld is slechts wat een ieder waarneemt, intellectueel begrijpt en percipieert vanuit de motieven van zijn eigen bewustzijn. Alleen de tijdelijke waarheden op basis van heersende opvattingen in de cultuur of van overeengekomen wetenschappelijke methoden zijn in het algemeen tussen mensen als waarheid overeen te komen. Als mensen gaan we pragmatisch met de wereld om ons heen alsook met elkaar om alsof deze ook echt materieel bestaat. Hoe moet je vanuit dit perspectief de vraag naar het schone, de esthetica beschouwen? Ik grijp daarop terug naar het 19e eeuwse begrip, waarin de term esthetica nog een breder terrein omvatte dan alleen de filosofie van de kunst.

Een mens percipieert op ieder moment in de wereld om hem heen waarden, kwaliteiten in de objecten die hij aanschouwt, beluistert, betast, ruikt, beproeft. Die objecten kunnen zijn: andere mensen, de levende en dode natuur, materiële objecten op een momentaan tijdstip maar ook in de vorm van een gebeurtenis, een proces. Bijna altijd heeft de toegekende kwaliteit een directe relatie met de in het bewustzijn  van de mens aanwezige verlangens, begeerten en behoeften en leidt derhalve veelal tot handelen, tot activiteit. Dit geldt echter niet voor de esthetische kwaliteit.

Bij het aanschouwen van de schoonheid van iets is het de ervaring zelf die vervult. Een ervaring welke niet leidt tot enige begeerte of behoefte, omdat de ervaring van het schone een directe vervulling is van transcendente behoefte. De ervaring van schoonheid staat buiten behoeften, buiten kennis, buiten voor- of afkeuren. Schoonheid is zoals de filosoof Schopenhauer (en daarna Wittgenstein) omschreef: het ervaren van het tijdloze universele in het specifieke tijdelijke,  de platonische idee achter het waargenomene. De esthetische ervaring heft de scheiding tussen subject en zijn wereld even op, het bevrijdt de mens even van zijn eenzame individualiteit, bevrijdt hem even volledig van zijn angstige en pijnlijke passies welke voortkomen uit de drang tot leven. Het is zoals Spinoza omschreef de enige echte directe vorm van ware kennis.

Als navolgers van Spinoza omschrijven Schopenhauer en Wittgenstein de esthetische ervaring ook als een ervaring welke plaatsvindt vanuit een perspectief van de eeuwigheid. De ervaring van schoonheid, ook van echte Kunst, is altijd sub species aeternitatis. Het genie van  kunstenaar is om zijn ervaring van het eeuwige sublieme uit te drukken in het absoluut schone of het abject lelijke. Want dat laatste geldt ook: indien ervaringen bestaan van schoonheid, bestaan ook ervaringen van het Lelijke.

Esthetische ervaringen treden niet alleen op in relatie tot Kunst. Voor de meeste mensen uit welke culturele achtergrond in de wereld ook, hebben ervaringen van overweldigende schoonheid bijna altijd betrekking op onze natuurlijke omgeving, op de kosmos en de aarde en haar enorme variëteit aan vergezichten, vormen, en de diversiteit in de levende natuur.

De tweede meest directe menselijke ervaring van schoonheid vindt plaats door het luisteren naar muziek, zoals Schopenhauer als eerste beschreef. Pas daarna volgen Architectuur, Theater, Dans, Film en Fotografie, Literatuur en Poëzie, Beeldende kunst en Vormgeving. Buiten de natuur wordt de menselijke ervaring van schoonheid echter ook cultureel beïnvloed. Ervaring van het schone kan ook op allerlei andere gebieden van menselijke waarneming plaats vinden. De schoonheid van een wiskundige formule, van een goed geschreven filosofische beschouwing, van twee converserende mensen, van de uitdrukking van een menselijk gezicht, van een werkende machine.

 

Deel of print dit artikel

facebooktwitterlinkedinmail