Pages Navigation Menu

Mooi is vaak ook ethisch

Ieder mens heeft dagelijks esthetische ervaringen zij het dat de intensiteit zal variƫren van enigszins tot overweldigend. En meestal zal sprake zijn van een mix van esthetische ervaring en emotionele beroering. Ik kan een Apple I-Phone mooi vinden vanuit een technische ontwerp perspectief en functionaliteit zonder er een te begeren. Iemand anders vindt hem mooi omdat een eventueel bezit hem sociaal meer status geeft. Het is nauwelijks mogelijk om in die zin het ervaren van schoonheid in het bewustzijn te scheiden, behalve door het criterium behoefte, begeerte en handelen. Zo ook de beleving van natuurschoon: ik kan het enerzijds subliem beleven, maar anderzijds er toch een foto van willen maken, die schoonheid op de een of andere manier willen bezitten.

Op die scheiding ligt waarschijnlijk ook het verschil in de beschouwing met betrekking tot zgn. hogere kunst, zo stelt de Engelse filosoof Roger Scruton onder meer. Een pianoconcert van Mozart zou het menselijk bewustzijn de pure schoonheid van het eeuwige kunnen doen ervaren, terwijl Leonart Cohen slechts onze emoties beroert bijv. verlangen, verdriet, lijdende ervaringen e.d. vertolkt, of Technomuziek onze agressieve energievolle levenslust.

Dat onderscheid is wel te maken, maar voor iedere kunstvorm geldt dat de wijze waarop de esthetische ervaring tot uitdrukking komt in een mens, niet vooraf is aan te geven noch als een soort norm kan worden gesteld. Natuurlijk kunnen er vanuit het object gezien ook kunstambachtelijke observaties worden gedaan, zoals bij een schilderij bijvoorbeeld de wijze van afbeelding, het gebruik van licht en donker, de penseelzetting, de combinatie van kleuren, de uniekheid, het vernieuwende. Maar dat is en blijft een technische interpretatie van kenners van de kunst, het is niet de beschrijving van de ervaring van een waarnemer zelf. De vraag, zeker bij hogere kunst, is of de liefhebbers diepgaandere ervaringen hebben dan liefhebbers van natuur of lichter kunstvormen. Of dus niet alle esthetica een kwestie van smaak, een kwestie van directe ervaring door een menselijk bewustzijn is op een bepaald tijdstip en binnen een bepaalde context.

Een andere moeilijk te maken onderscheid is het verschil tussen de esthetische en de mystieke ervaring. Tussen schoonheid en godsbeleving. In hoeverre verschilt de huiver van een sublieme ervaring van de beleving van het numineuze, van dat wat groter is dan wijzelf, van het ongrijpbare, van het absoluut kwade en het absoluut goede? Wittgenstein schreef al dat het beschouwen vanuit de eeuwigheid, het sub species aeternitatis, de verbindende schakel is tussen kunst en ethiek.

Een levenshouding van het streven naar deugd, naar voortreffelijkheid, omvat vanuit mijn perspectief tevens een esthetische levenshouding. Inderdaad een beschouwingswijze vanuit de eeuwigheid. Het afwijzen in afkeer van lelijkheid en het in stand houden en scheppen van het schone, het sublieme, hoe persoonlijk dat ook moge zijn. Vanuit een esthetische levenshouding zijn ook maatschappelijke oordelen te vellen, bijvoorbeeld over dierenwelzijn.

Metafysisch, biologisch noch ethisch is er enige reden om als mens op de top van de voedselketen dieren niet als voedsel te mogen fokken en verorberen. Tienduizend kippen met ieder de ruimte van een A-viertje staat mij tegen. Niet omdat ik het zielig vindt, niet omdat ik menselijke waarden op dieren projecteer, of omdat er op de een of andere wijze dierenrechten bestaan (behalve als intellectuele waarde), maar beschouwd vanuit de eeuwigheid: de aard van de kip is om in groepjes in de vrije natuur te scharrelen, niet om na drie maanden te sterven in overvolle stallen omdat zijn poten zijn gewicht niet meer kunnen dragen. Het is dus ook in die zin de eeuwige wanstaltigheid waarmee een esthetische levenshouding het maatschappelijk perspectief kan bepalen.

 

Deel of print dit artikel

 

facebooktwitterlinkedinmail