Pages Navigation Menu

Roger Scruton: Mensen dienen rekenschap af te leggen

Evolutie vindt niet alleen plaats op fysiek biologisch terrein, maar als gevolg van de culturele en technische  ontwikkeling (waaronder wetenschap en welvaartsniveau) ook op menselijk bewustzijnsniveau. De geschiedenis van de Westerse samenlevingen heeft in 2500 jaar een evolutie van het algemeen aanvaarde individuele mensbeeld in het Westen doorgemaakt in haar visie op de menselijke waardigheid, welke in andere delen van de wereld zeker nog geen gemeengoed is.

Het beeld van de man als burger met rechten en plichten in een samenleving werd ontwikkeld door de Grieken en de Romeinen. Het Christendom introduceerde het concept dat iedere mens in principe individueel waardig is tegenover God, immers geschapen in zijn beeld. De Verlichting breidde dit concept uit naar de wereldlijke overheid met het concept van vrije gelijkwaardige burgers met onschendbare burgerrechten. Pas in de twintigste eeuw brak ook de sociale emancipatie door, toen alle mensen, dus ook andere rassen, de lagere sociale klassen, vrouwen, kinderen alsmede seksuele, etnische en andere minderheden in de principiële menselijke gelijkheid werden betrokken.

De vraag is echter of we nog wel zo helder hebben wat menselijke waardigheid in deze betekent, want meestal wordt deze slechts gekoppeld aan het begrip gelijkheid en aan de zgn. mensenrechten, maar welke het perspectief slechts toespitsen op het individu en niet meer op de samenleving als verzameling van individuen.

Menselijke waardigheid bestaat niet zonder dat mensen elkaar deze waardigheid toedichten en dat gebeurt zeker niet automatisch. Het is de samenleving die deze waardigheid aan ieder van haar leden toe kent. Hiervoor bestaat maatschappelijk een stelsel van instituties, regels en moraal om deze waardigheid van een ieder mens te handhaven, waarin het begrip vrijheid centraal staat. De positie van ieder mens in een samenleving wordt enerzijds gekenmerkt door afhankelijkheid van anderen en anderzijds door de vereiste vrijheid om zelf onbelemmerd het individuele leven vorm te kunnen geven. Naast het niet schenden van de individuele menselijke waardigheid (zie: waarom bezit ieder mens waardigheid?)  is derhalve de tweede centrale morele waarde in de vrije Westerse samenleving:

Gij zult een mens niet belemmeren in zijn vrijheid om zijn biologische en sociale behoeften te vervullen, voor zover deze mens de vrijheid van andere mensen niet schendt of belemmert.

Dit is echter geen moraal vanuit het individu, maar een gedragsregel vanuit de groep! Het zegt in de eerste plaats iets over hoe mensen met elkaar om dienen te gaan en niet iets over individuele rechten!

De basis voor deze moraal van niet te schenden menselijke waardigheid en menselijke vrijheid, zo beschrijft de Britse filosoof Roger Scruton (foto), is een onderliggend stelsel van regels van verondersteld maatschappelijk gedrag van vrije individuen. In de Westerse samenleving van vrije gelijkwaardige mensen:

  • Is ieder individu autonoom, kan vrij zijn handelingen kiezen, in alle zaken welke zijn directe bestaan betreffen. Hij of zij is ook autonoom in zaken welke indirect zijn bestaan betreffen, voor zover dit niet in strijd is met de vrijheid van een ander.
  • Overleggen mensen op basis van eigen overtuigingen, feiten en logische argumenten met elkaar, gezamenlijk zoekend naar gedeelde waarheid of compromis.
  • Accepteren mensen de noodzaak om tussen vrije burgers te onderhandelen en compromissen en overeenkomsten te sluiten, ten einde in vrede en vreugde te kunnen samenleven en – werken. Daarbij is iedere partij vrij om zijn eigen doeleinden na te streven, maar ook verplicht om verantwoordelijkheid voor de afgesloten overeenkomsten te dragen.
  • Wensen gelijkwaardige burgers in een samenleving tot overeenstemming te komen met andere burgers en zijn zij bereid tot concessies. Zodra deze fundamentele bereidheid wordt losgelaten zal sprake zijn van conflict en zelfs strijd, welke kan uitdraaien op de wreedste van oorlogen: de burgeroorlog.
  • Begrijpt ieder mens zijn maatschappelijke plichten, accepteert de verplichtingen welke op hem of haar rusten en vervult die plichten te goeder trouw op eerzame wijze.

De menselijke waardigheid kan dus slechts worden gehandhaafd indien de vrije burgers zich gedragen naar deze regels: deze regels als plichten op zich nemen. Die plichten vervullen verzekerd pas dat de mens de mens heilig is. Dat de mens doel is en geen middel.

De menselijke waardigheid en vrijheid kan dus pas bestaan als samenlevende en samenwerkende mensen fundamenteel bereid zijn om tegenover elkaar morele rekenschap af te leggen over hun gedrag. Terecht stelt Scruton derhalve dat niet de Vrijheid van het autonome individu centraal staat, maar  het begrip Rekenschap afleggen de kern is van onze maatschappelijke organisatie, de kern vormt om ieders menselijke waardigheid evenwichtig tussen mensen te handhaven.

 

Deel of print dit artikel

facebooktwitterlinkedinmail