Pages Navigation Menu

Scheppingsverhaal voor filosofen

 

In den Beginne

In de eeuwigheid exploderen zonder enig doel telkens weer ontelbare universa, daarbij hun eigen ruimte en tijd scheppend en hun eigen regels creërend, om daarna in bijna leegte weer samen te ballen tot singulariteit. In ons nog uitdijend universum dansen de quantum deeltjes nog hun energetische patronen in transformaties van materie op het ritme van de 4 aanwezige kosmische krachten in briljante wervelingen van de waarden van schitterende wiskundige formules.

Op één moment in de eeuwigheid, op tenminste één planeet in ons universum, veranderde die dans, heel even. Toen ontstond in borrelende vloeistof materie welke zich verzette tegen die eeuwig te ondergane vooraf beschikte, gedetermineerde, transformatie. Ze verzette zich niet alleen, maar kopieerde zichzelf om maar te kunnen blijven bestaan, voordat ze hun verzet moesten opgeven tegen een onvermijdelijke energetische transformatie, de dood. Toen was er sprake van leven, van ervaren. Van organismen, die zich afzonderden van de anorganische energetische materie in hun omgeving. Van levende wezens, die tijdelijk bleven bestaan, zichzelf handhaafden dwars ingaand tegen de eeuwige energetische krachten. De eeuwige dans werd op de Aarde een dans waarin ook leven steeds weer en in steeds grotere omvang en diversiteit fonkelde.

 

Leven zoekt naar Kwaliteit

Om te kunnen blijven leven moest het organisme wel energie opnemen uit de niet levende omgeving. Ze moest haar omgeving voortdurend verkennen, percipiëren, op zoek naar die waarden, die kwaliteit van energie, die ze als voeding moest opnemen om te kunnen blijven leven en om zichzelf te reproduceren. Om zo’n leven vol te houden, waren in het organisme blinde creatieve krachten nodig welke het leven poogden te handhaven tot elke prijs, de Wil tot leven.

 

Evolutie door dynamische kwaliteit

Maar de wereld, waarin het eerste eencellige organisme leefde, veranderde voortdurend, en dus moest het organisme zich niet alleen in leven houden en zichzelf reproduceren om het leven in stand te houden, het moest zich ook steeds aanpassen, zichzelf veranderen, om dat te bereiken. En dus veranderde het uiterst creatief mee, zich evoluerend met de wisselende beschikbare voedingswaarden, de dynamiek van de kwaliteiten van haar wereld. In hun verzet tegen de dood, zochten organismen bij die aanpassingen voortdurend ook naar betere waarden, hogere kwaliteit, voor zichzelf. Opdat ze flexibeler meer typen verschillende energetische waarden uit de omgeving op konden nemen, hoe die ook veranderde.

Een van die nieuwe waarden vormden andere organismen welke konden dienen als energiebron, voeding. Daar kon je ook je benodigde kwaliteit vandaan halen, door het aan te vallen en het te verorberen. En dus werd ook nog defensieve aanpassing vereist om wel anderen te eten, maar om te voorkomen dat je zelf gegeten werd in de ontstane voedselketen.

Iedere aanpassing die succes had gaf het organisme door aan haar nakomelingen via haar erfelijke genen. Een van die aanpassingen was om periodiek veel nakomelingen te maken, om de kansen op overleving van tenminste een paar van hen groter te maken. Een andere om samen met een ander organisme van dezelfde soort, een partner, nakomelingen te maken. En dan het liefst met een partner met een hoge kwaliteit van overleven en reproduceren, dat gaf via hun gezamenlijke genen ook weer meer kans op voortzetting van het leven door hun kroost.

Een belangrijke andere aanpassing, welke door vele soorten organismen werd verworven, was het samenwerken met collega’s van de eigen soort of van een andere soort. Samen voedsel verwerven, je samen verdedigen tegen anderen, samen anderen aanvallen.

Door evolutie ontstonden in de tijd, terwijl oudere soorten bleven bestaan, bijna ontelbare nieuwe soorten organismen met ieder hun eigen kwaliteiten, waarden waarmee ze zich aan de omgeving hadden aangepast. De hele overweldigende flora en fauna van de aarde.

 

Bewustzijn als evolutionair instrument

Het verwerven van bewustzijn was ook een aanpassing. Met bewustzijn kun  je via continue waarnemingen je omgeving beter in de gaten houden: op kansen op te verwerven waarden en op bedreigingen voor je voortbestaan. Bewustzijn maakte verschillende soorten handelingen van een organisme, gedrag, mogelijk om zelf de omgeving te veranderen op zoek naar waarden tot overleving. Handelingen die gestuurd konden worden via primaire emotionele signalen in het bewustzijn. Agressie om voor je overleving te vechten, Vluchten om de dood te ontkomen.

Bewustzijn maakte ook leren tijdens het leven mogelijk, het onthouden van nieuwe informatie in een kennisgeheugen hoe te overleven en voort te planten, in plaats van slechts te kunnen handelen naar de informatie die of bij je geboorte in je genen werd opgeslagen of als kennis en gedrag werd doorgegeven via het instinct.

Vanuit ons biologisch systeem is bewustzijn net zo’n fysiek systeem als een nier. Het is dus onzin om de menselijke geest te onderscheiden van zijn lichaam. Die splitsing welke de filosoof Descartes nog benadrukte (en hedendaagse medici nog altijd vaak gebruiken) is door de moderne neurobiologie al terzijde geschoven. Ieder biologisch concept van een menselijke ‘ziel’ is daarmee wetenschappelijk ook te niet gedaan.

 

Evolutie van het bewustzijn zelf

Ook het bewustzijn als overlevingsmechanisme paste zich evolutionair voortdurend aan. In een klein hoekje van het bewustzijn ontstond bij dieren ego. Om samen te werken met anderen was het beter om je ook van jezelf te bewust te zijn en anderen via hun ego te herkennen. Dan konden de besten ook de belangrijkste plek in de samenwerkende groep krijgen en konden ze via een hiërarchie in de samenwerking taken verdelen over de verschillende ego’s, veelal met dieren welke direct biologische familie van elkaar waren. Zo weten onder meer Zebra’s wie hun familie is!

Daar dieren steeds complexer werden in wijze waarop ze zelf fysiek als bewust wezen waren opgebouwd,  werd het proces van tot wasdom komen van een nakomeling ook steeds langer.

Tot die volwassenheid vereisten jonge dieren permanente bescherming en voorbeelden van volwassen gedrag om van te leren  en dus ontwikkelde zich de emotie welke tot zorg door de ouders aanzette: noem het zorg, compassie, liefde.

 

Sociale emoties om samen te werken

Voor de inmiddels voor overleving van aapachtigen onontkoombaar noodzakelijke samenwerking met anderen, ontwikkelden zich daarna de secundaire emoties, sociale gevoelens, welke gedrag naar elkaar via het ego automatisch vreedzaam diende te sturen, met name  empathie (inlevingsvermogen, begrip) sympathie (genegenheid) en schaamte.

 

De mens: Ego, Ratio en Autobiografisch bewustzijn

Een van de laatste aanpassingen, kwalitatieve verbeteringen, in het totale bewustzijn was de stap naar de verbeelding. Het in beelden kunnen beschouwen van mogelijk handelen en de uitkomsten daarvan, voordat gehandeld werd. Het ego zag zichzelf letterlijk in beelden in zijn bewustzijn, op de rand van zijn netvlies, al met een steen een kokosnoot kapotslaan. Die verbeelding ontwikkelde zich in een ander hoekje van het bewustzijn tot de ratio, waar de wereld begrepen kon worden naar ruimte, tijd, causaliteit en analogie. Voor deze kwaliteit was echter een zeer groot brein noodzakelijk en veel en rijk voedsel om dat brein te kunnen voeden.

De ratio evolueerde ook door een betere communicatie met soortgenoten, via steeds meer gedifferentieerde geluidssignalen naar elkaar, via taal. Met taal konden de individuele verschijnselen in de wereld in groepen worden samengevat, in taalconcepten. Alle soorten eetbare zaken konden voedsel genoemd worden. Alle soorten bedreigende roofdieren: gevaar. Om een schuilhut te bouwen had je een ‘boom’ nodig, niet zozeer een bepaalde boom.

Maar die ontwikkeling van ratio kon pas echt verder toen het ego autobiografisch werd. Onze ratio kon alleen functioneren als het zelfbewustzijn zichzelf als constant aanwezig ervoer. Met een verleden, een heden en een ingebeelde toekomst. Vanaf dat moment vond verbetering van de mogelijkheden tot overleving en voortplanting, de evolutie, bij dit soort dier, homo sapiens, niet meer plaats in zijn puur fysieke functies en emotioneel gestuurd gedrag, of bewustzijn, maar in de wijze van samenwerking met andere mensen. De sociale evolutie.

 

Sociale evolutie: de groep, productie, consumptie en onderwijs

Maar die sociale evolutie kon alleen tot stand komen omdat de ratio zich steeds verder ontwikkelde qua verbeelding in concepten, via ideeën over hoe de samenwerkende groep nog beter kon overleven en voortplanten.

Ideeën over wijzen van sociale organisatie en ideeën over vermindering van afhankelijkheid van de omgeving, door in de omgeving zelf de waarden te produceren die mensen nodig hadden. Gereedschap, voedsel, huizen, kleding, etc. Door ideeën over hoe wat geproduceerd werd over de groep voor consumptie verdeeld diende te worden: onder ander door ruilhandel met andere groepen. Hierdoor ontstonden kennis en gebruiken over menselijke organisatie, productie en verdeling van productie voor consumptie, welke doorgegeven werd aan volgende generaties, eerst mondeling via het geheugen en daarna via schriftelijk op een of ander medium vastgelegde tekens.

Die volgende generaties hadden reeds bij hun geboorte hun mogelijkheden tot overlevend menselijk gedrag meegekregen via hun genen, alsmede via genetisch  doorgegeven collectief bewustzijn, gedrag en kennis van de groep (vooral familie) waaruit ze voort kwamen. Maar daarna moesten ze nog lange tijd die mogelijkheden ook daadwerkelijk ontwikkelen via voorbeeldgedrag en via voortdurende herhaling en spel, de kennis- en vaardigheden databank van het bewustzijn steeds weer te kneden, om die kennis voor de rest van het leven als routine vast te leggen. Anders werd die kennis niet dagelijks toegepast in het leven en was overleving en voortplanting in gevaar.

 

Sociale evolutie: Goden en Beeldende Kunst

Zodra binnen het totale bewustzijn sprake was van een autobiografisch bewustzijn en de mogelijkheid tot reflectief denken in termen van ruimte (grootte,vorm, afstand en beweging), tijd causaliteit (oorzaak en gevolg) en analogie werd ook verklarende kennis mogelijk en ontstond tegelijkertijd een nieuwe behoefte. Immers een zelfbewust wezen met ratio tracht verklaringen te vinden voor het wel of niet slagen, gisteren, vandaag en morgen van het overleven in een wereld waarin het moet vechten tegen de anorganische natuur en andere levende organismen.  Die kennis lijkt het dan mogelijk te maken die krachten enigszins te beheersen of zelfs naar de hand te zetten. Zo ontstond in deze kennisfase van de evolutie bij de mens de blinde energetische drang tot macht over zijn omgeving. Het eerst door via religie een relatie met onzichtbare hogere krachten, Goden, aan te gaan onder meer door het brengen van offers en vervolgens om die relatie via beeldende kunst uit te drukken.

Maar van groot belang bleef dat mensen in hun biologische evolutie in pakweg 13.000 jaar sedert de laatste ijstijd fysiek niet meer veranderden. Hun bewustzijn veranderde, maar niet hun lichamelijke mechanismen en functies, welke in miljoenen jaren als van grote evolutionaire kwaliteit vanaf de eerste eencellige amoebe waren overgedragen voor overleving en voortplanting.

 

Intellectuele evolutie: Wetenschap

Op het moment dat het voortbestaan van de sociale groep, en de interne samenwerking, niet meer echt werden bedreigd door afwijkend gedrag van leden van de groep, kon een volgende stap, nu in de aanpassing  van ideeën, van intellectuele evolutie, plaats vinden. Dat was al begonnen in de Griekse oudheid en ging na de Middeleeuwen weer intensief verder. Dat kon ook pas toen de mens zichzelf als individu ging zien, als losstaand van de natuurkrachten. Toen de idee ontstond dat de mens zijn omgeving via kennis, wetenschap kon beheersen.

Vanaf dat moment kon het zoeken naar de dynamische waarden, de kwaliteiten, in de omgeving ter bevrediging van menselijke behoeften, de wil tot overleven en dus tot macht, nog intensiever worden door het bewust zoeken naar kennis via het uitoefenen van wetenschap. En dus verwierven we kennis om dat wat we nodig hebben via nog beter waarden uit die omgeving te verwerven. En daarbij onderzochten we niet alleen de buitenwereld maar ook het binnenste van ons biologisch zijn, waardoor we onze overleving zelfs tegen ziekte, veroudering en dood leerden beschermen.

 

Technologische evolutie: de geest uit de fles

De Westerse mens slaagde er in via kennis en methoden van productie en productieverdeling alle direct noodzakelijke behoeften van alle mensen binnen de menselijke samenwerking in natiestaten te lenigen. De hiertoe via wetenschap ontwikkelde methoden en technieken kregen daarbij hun eigen kwalitatieve dynamiek waardoor een technologische evolutie op gang kwam, welke in zichzelf nieuwe methoden van productie en verdeling van productie voor consumptie creëerde en aanwezige menselijke behoeften op geheel nieuwe wijzen begon te vervullen. Behoeften aan mobiliteit, communicatie en informatie.

We ontwierpen in de afgelopen decennia zelfs virtuele werelden, werelden die alleen maar bestaan op beeldschermen, waar we alleen via onze ogen, oren en vingers mee inter-acteren. Werelden die soms, zoals televisie, werkelijker lijken dan onze directe omgeving. Werelden waarin de mens zich al net zo gemakkelijk beweegt als in de natuurlijke wereld. Een menselijk vermogen dat de illusie heeft gecreëerd dat de wereld maakbaar is, terwijl Spinoza´s passies nog steeds door de wereld gieren.

Maar techniek is ook een bijna biologische vorm van evolutie: niet meer terug te draaien zodra de kennisgeest uit de fles is. Opnieuw een vorm van evolutie met een onvoorspelbare eigen dynamiek. Een oppermachtig land met kernwapens kan bedreigd worden door een kleine groep mensen met kernwapens in een koffer door kennis verworven via internet.

 

Ecce homo sapiens: hem begrijpen is hem liefhebben (naar Spinoza)

 

Ecce homo sapiens  – zijn behoeften zijn onuitputtelijk.

Met een enorm bewustzijn, waarvan een deel dient als kennis- en ervaringsgeheugen, een deel als reflexieve ratio met mogelijkheden van kennis en redeneren in termen van oorzaak en gevolg, en een ander deel als autobiografische geheugen van het ego. Het ego als het beeld hoe hij of zij zichzelf ziet, niet hoe anderen hem of haar zien. Maar nog vaker als beeld van hoe hij of zij zichzelf zou willen zien, hoe hij of zij zou willen worden. Altijd, dat wel, in relatie en in vergelijking met een andere mens. Een ego dat echter nooit eenduidig is, altijd dubbelzinnig, omdat het een gewenste afspiegeling is, te hanteren binnen de beperkte ratio, van een niet te begrijpen en weinig toegankelijk totaal bewustzijn.

Een bewustzijn dat grotendeels haar interactie met de omgeving, haar ervaringen deelnemend beleeft en slechts op momenten beschouwend en zelfbewust bezig is. Een bewustzijn dat fundamenteel nog steeds ieder moment de omgeving scant via zintuiglijke waarnemingen, op zoek naar waarden, kwaliteiten, in die omgeving die bijdragen aan leven en voortplanting via onbewuste automatische percepties.

Dat permanente zoeken wordt nog steeds gedreven door de blinde drang tot overleven en tot macht, de Wil, op basis van een groot scala aan te vervullen behoeften, welke de mens via de beelden van zijn bewustzijn als noodzakelijk ervaart. Die drang vertaalt zich in het bewustzijn nog steeds via primaire emoties en sociale gevoelens. Door reactieve emoties en gevoelens ontstaan in het bewustzijn van moment tot moment gevoelsbeelden van op basis van behoeften wenselijke te verwerven kwaliteiten in de externe omgeving of in de interne omgeving van het eigen zijn.

Die gevoelsbeelden, percepties, vormen de kern van het zoekende waarnemen naar vereiste kwaliteit in de omgeving, naar bevrediging van behoeften. Die menselijke behoeften zijn erotisch (willen hebben), thymotisch (plaats in de sociale groep) en esthetisch (het schone) van aard. Bevrediging wordt verworven en ervaren via een apollinisch (rationeel beschouwende) wijze en/of via dionysische (ervarend deelnemende) wijze.

De Eros : willen Hebben, willen Bezitten, willen Beschermen, willen Kennen, willen  Uitdrukken. Drinken. Voedsel. Seks. Slaap. Een Partner. Een veilig plek, een Thuis. Eigendom! Onderzoeken. Verkennen. Experimenteren. Kunst. Onze vrouwelijke kant. Die ons biologisch vooral doet streven naar veel en lekker Eten/Drinken, naar rijkdom in Bezit en vooral naar veel Seks. Leidend thema bij het Westerse consumentisme

De Thymos : bij de sociale groep willen horen en tenminste als gelijke met affectie behandeld willen worden. De groep biedt Veiligheid/Bescherming, Samenwerking bij het vervullen van levensbehoeften, Zekerheid in toekomstperspectief, en niet te vergeten: Spel als uitdrukking van biologisch welzijn. Het respect van de groep bepaalt ons Zelfrespect, onze Waardigheid. Onze mannelijke kant. Leidend thema voor de Westerse zakenman of politicus, maar ook voor de islamitische jonge mannen die zich met  bomgordels toegang tot de eeuwige waardigheid verwerven.

De Esthetica : of iets mooi, mooier, of lelijker is. Een beschouwingswijze die het uiterlijk van iets koppelt aan het besef dat schoonheid een kernrol speelt in onze seksuele voorkeuren en derhalve ook betrekt op andere zaken, zoals in design en kunst.

Maar alhoewel die drie soorten begeerten in allerlei vormen te combineren zijn (een mooie grote krachtige sportieve auto = bezit, respect en schoonheid), is het einddoel van alle begeerte nog altijd voortplanting, seks ( de auto imponeert het vrouwtje).

 

Ecce homo sapiens  – hij is nog steeds maar een geëvolueerd dier.

Iedere seconde van de dag bezig zijn met door gevoelsbeelden ondersteunde behoeften te bevredigen, en in die zin als organisme volkomen natuurlijk slechts bezig met zijn eigen belang. Vanuit dat eigenbelang, maar ook vanuit gevoelens van zorg, compassie en empathie, in staat tot de absoluut noodzakelijke samenwerking met- en hulp aan anderen, ook al betekent dat vaak uitstel van directe eigen behoeften bevrediging.

Maar daarnaast ook nog zeer capabel om met behulp van het reptielenbrein, dat diep evolutionair in zijn basisbrein nog aanwezig is, uiterst wreed en agressief met soortgenoten en met de rest van de natuur te concurreren om voort te bestaan, om hulpbronnen, om een betere plaats in de menselijke sociale organisatie en om partners voor voortplanting. Met een kwaadaardigheid die genoegen kan scheppen, zichzelf beter kan voelen, door het lijden van anderen.

Concurrentie welke ook in deze tijd nog steeds leidt tot het bejagen van andere dieren, van individueel geweld tussen mensen, en geweld tussen groepen mensen. Dat hoeft niet altijd fysiek geweld te zijn. Het een ander uit jaloezie of andere concurrentiereden kwaad doen kan ook via sociaal of psychisch geweld. Een agressie die zich daarnaast vaak ook nog in het eigen bewustzijn in wrok wortelt, waardoor het ook permanent de gevoelsbeelden van de wereld om hem of haar heen beïnvloed. En zijn of haar egokijk op zichzelf.

 

Ecce homo sapiens  – hij handelt op basis van wat hij gelooft.

Het bewustzijn uit zich in een continue stroom van ervaren, van gevoelsbeelden over de kwaliteiten van de omgeving op basis van behoeften, op basis waarvan gehandeld kan worden. Die gevoelsbeelden worden vooral gevormd door wat een mens gelooft, niet wat hij weet. Althans wat zijn bewustzijn gelooft. Want het kennis/ervaringsgeheugen en het autobiografische geheugen is gevuld met informatie die per definitie niet waar is, althans in wetenschappelijke zin. Het is een mix van overtuigingen en feitelijke empirische kennis passend voor het leven van dit individu. En zoals we wetenschappelijk weten: als je geloofsoordelen via de ratio combineert met wetenschappelijke kennisoordelen, krijg je per definitie weer geloofsoordelen. De mens handelt, zelfs met zijn ratio, bijna uitsluitend op basis van wat hij gelooft, op basis van zijn overtuigingen. Overtuigingen die gevormd zijn door genetica,  en geleerd via ouders, opvoeding en omringende cultuur. Overtuigingen waarmee hij zijn drang tot macht, zijn gedrag in de hier en nu wereld stuurt.

In wat iemand gelooft, speelt empirische kennis en waarheid dus maar een kleine rol. En de logica van argumenten wordt eerder gebruikt om dat wat wordt geloofd aan te tonen, dan om overtuigingen te veranderen. Een doorzicht dat nog altijd door populisten wordt gebruikt om de onvrede van het collectieve geloof te mobiliseren ten behoeve van eigen macht. Dat doorzicht heeft de mens eeuwenlang gedreven om filosofisch rusteloos te zoeken naar onveranderlijke waarheden ter vervanging van een eindeloze verzameling subjectieve overtuigingen.

 

Ecce de Westerse mens – hij gelooft nog steeds in zijn ratio als kern van superieur menszijn, als evenbeeld van God.

Het totale bewustzijn, zo weten we aan het begin van de 21e eeuw, is echter veel intelligenter in het doorzien van de wereld dan de ratio. Het kan onnoemelijk meer aspecten en oneindig veel sneller informatie verwerken dan de ratio. Het brengt als uit een borrelende bron voortdurend integrale informatie over de directe ervaring van het moment naar boven in de vormen van vloeiende beelden begeleid door uiterst gedifferentieerde gevoelens, percepties. Informatie zo rijk dat de ratio reflectief sterk moet abstraheren en reduceren om er wat mee te kunnen doen. Informatie zo verschillend in kleurschakering, dat volgens Wittgenstein het meeste onuitspreekbaar is, de taal te arm is om haar uit te drukken.

Dat moet ook wel zo zijn, want de mens zou niet kunnen functioneren als hij alleen zou kunnen handelen op basis van rationele reflectie. Het bewustzijn verschaft van seconde tot seconde de motieven om te handelen via de percepties welke ze verschaft. En bedenk wel: handelen bestaat uit niet meer dan motorische bewegingen (zitten, staan, lopen en liggen) en communicatie naar jezelf, met anderen of met machines via gedachten, stem of handbewegingen.

En juist omdat de motieven niet gestuurd worden maar omhoog borrelen, handelen we niet echt met een vrije wil. Onze motieven zijn veelal een onbewust gegeven. Op basis van die motieven kunnen onze keuzen echter nog zeer breed maar ook uiterst beperkt zijn. Dat hangt inderdaad af van de situatie waarin we verkeren, onze dispositie ten aanzien van genen, opvoeding/cultuur (welke gedragsregels ons werden ingeprent), de scholing die we hebben gekregen en ja, dan ook nog de intelligentie van de ratio. Die combinatie creëert, gegeven onze motieven de handelingen welke we kunnen overwegen. Gelukkig wel in een omgeving die we qua oorzaak en gevolg meestal als redelijk deterministisch kunnen overzien.

 

Ecce de Westerse mens – nog steeds op zoek naar Morele kwaliteit

Zowel voor pure biologische overleving, als voor samenwerking in en tussen groepen, als in haar intellectuele ideeën, is de mens permanent op zoek naar een bijzonder soort waarde, kwaliteit. Naar leefregels voor gedrag, naar morele kwaliteit, die de overleving en voortplanting van de soort, de sociale organisatie en de individuele levens kunnen sturen naar hogere niveaus. Naar waarden van biologische, sociale en intellectuele morele kwaliteit. Daarbij zijn het de intellectuele ideeën, die de regels voor de sociale moraliteit sturen. In deze is echter geen sprake van evolutie, in de zin dat bereikte sociale en intellectuele kwaliteiten behouden blijven.

Ze kunnen door regressie weer op een lager niveau komen. Zo leidden de intellectuele ideeën over menselijke vooruitgang via concepten als fascisme en communisme, gecombineerd met de menselijke drang tot macht, tot de grootste moordpartijen in de geschiedenis, naar Auschwitz en naar de Goelags.

Eenmaal vastgelegd worden regels voor sociale omgang en voor rechten en plichten van ieder individu in de sociale samenleving niet vanzelf gevolgd. Eigenbelang en kwaadaardig agressief gedrag kunnen nog altijd sterker zijn dan gevoelens van empathie en compassie. De drang to leven en macht is niet alleen te sturen via intellectuele regels over ‘behoren’. Ook het afdwingen via het op jonge leeftijd routinematig herhaald leren, via angst aanjagen, schaamte oproepen, vernedering en materiële of fysieke dwang door de samenwerkende groep blijven noodzakelijk.

 

Filosofie op basis van biologie

Verdere evolutie in biologie en bewustzijn is voor de mens niet mogelijk. Intellectuele evolutie naar hogere kwaliteit moet per definitie steeds weer door een volgende generatie in stand worden gehouden en zo mogelijk uitgebreid. Maar het omgekeerde is zeer wel mogelijk in de strijd om overleving en voortplanting van de mens, tussen mensen en met alle andere organismen in onze inmiddels bedreigde anorganische leefwereld van de aarde. Massale regressie van de menselijke beschaving door onderlinge massa vernietiging is nog steeds een mogelijke realiteit.

In de 21e eeuw dient de filosofie en vooral de ethiek zich aan te passen aan de nieuwe neurobiologische, evolutionaire en kosmische inzichten. De mens wordt grotendeels nog bepaald door zijn biologie, vooral door zijn onvermijdelijk en agressief op behoeften gerichte bewustzijn en dat in een inmiddels van zingeving ontdane Kosmos.

Het is filosofisch zinloos om verder te zoeken naar het ware. Wetenschappelijke intersubjectieve waarheid is de enige waarheid ( en dan nog in mate van waarschijnlijkheid) die we als mensen echt kunnen delen.  De rest is een zaak van gedeelde percepties, overtuigingen en taal. Naar het Schone zullen we altijd blijven zoeken, ook gedreven door de biologie van onze erotiek. Maar naar het Goede zullen we verder moeten zoeken in veel dichtere aansluiting bij onze biologische gegevenheden. Daarop moeten we opnieuw de intellectuele ideeën toetsen welke de samenbindende krachten bepalen in iedere gemeenschap van samen werkende, samen wonende en samen levende mensen.

 

Slot

Maar hoe de toekomst van de mens ook zij: de quantum deeltjes zullen in de kosmos hun energetische patronen voort blijven dansen in transformaties van materie op het ritme van de 4 aanwezige krachten in briljante wervelingen van de waarden van schitterende wiskundige formules. Leven kan altijd van voren af aan ergens in een kosmos beginnen in een omgeving met de juiste dynamische Kwaliteiten. En waar leven is, zal altijd opnieuw bewustzijn ontstaan.

 ———————————————————————

Met dank aan Spinoza, Schopenhauer, Wittgenstein,Pirsig, Scruton, Comte-Sponville en Sloterdijk, filosofen, Darwin, Damasio en Davies, wetenschappers.

Met referentie aan de filosofen Plato, Aristoteles, Augustinus, Aquino, Descartes, Hobbes, Hume, Kant, Marx, Nietsche, Popper, Merleau Ponty, Foucault, Lyotard en Magee.

————————————————————————

U kunt dit verhaal downloaden in pdf met extra toelichtingen:      download

 

-

facebooktwitterlinkedinmail