Pages Navigation Menu

Hoe vrij en concurrerend is de ‘Markt’ ?

De val van de Berlijnse muur in 1989 werd vanuit het Westen gezien als de definitieve triomf van de liberale democratie en het vrije marktkapitalisme.  Vanaf dat moment werd de druk steeds groter om het kapitalisme veel minder door overheden te laten reguleren en ‘inefficiënte’ overheids-bedrijven, zoals bijvoorbeeld de PTT (telefoon, giro en post) te privatiseren. De vrije markt met haar concurrentie zou winstgevender bedrijven met lagere kosten en prijzen mogelijk maken  en leiden tot betere dienstverlening aan klanten.

De eerste vraag echter, die je je over die vrije markt economie kunt stellen, is hoe vrij en concurrerend is die markt eigenlijk? Mijn stelling: Managers van bedrijven, groot of klein,  willen helemaal geen vrije markt en het liefst ook geen concurrentie. De effecten van vrijheid en concurrentie zijn onvoorspelbaar, terwijl managers graag met zekerheid vooruit willen plannen. Als bedrijven grote investeringen doen willen ze er wel ‘zeker’ van zijn dat die investeringen ook winst opleveren.

We zien dus in het liberale kapitalistische systeem allerlei wijzen waarop bedrijven vrijheid en concurrentie  proberen tegen te gaan:

· Zo snel zo groot mogelijk worden, zodat je geen last meer hebt van allerlei klein ‘grut’;

· Fuseren met concurrenten (of concurrenten opkopen) zodat je samen minder andere concurrenten hebt; zelfs ziekenhuizen en andere verzorgingsorganisaties doen daar al aan mee.

· Voor ieder minuscuul onderdeel van je technologische know-how  patenten aanvragen dan kunnen anderen je niet met iets soortgelijks beconcurreren;

· Prijs- en andere afspraken maken met andere bedrijven, veelal achter de schermen op netwerk bijeenkomsten;

· Federaties met andere bedrijven sluiten om je economische belangen via lobbyisten politiek te laten behartigen;

· Heel veel geld uitgeven aan promotie en reclame om je unieke positie te beschermen, ook al maakt dat het product veel duurder.

De lijst kan nog veel verder worden uitgebreid, ook met talloze andere voorbeelden, want het tegen gaan van vrije concurrentie is een van de voornaamste dagtaken van de hedendaagse bedrijfsmanager. Bedrijven hebben dan ook een bloedhekel aan overheidsmaatregelen, die concurrentie pogen te bevorderen.

De echte kapitalistische vrije markt geldt alleen maar voor de bloemenkoopman op de markt aan het einde van de zaterdag, de eenling- winkelier die niet bij een franchiseformule thuis hoort en op sommige plaatsen op internet. Maar zelfs op internet worden de ‘likes’ nu verkocht. 

De vrije markt is geen natuurkundig mechanisme dat economen hebben ontdekt. Het is gewoon een door mensen ontwikkeld politiek–economisch systeem. Als we dus iemand de voordelen van de vrije markt horen verkondigen moeten we ons allereerst de vraag stellen: “Wiens commerciële of politieke belangen wenst deze persoon te beschermen tegen overheidsingrijpen?”

 

-

facebooktwitterlinkedinmail