Pages Navigation Menu

Vrijheid van meningsuiting? of van Overtuiging?

Ieder mens heeft vele ideeën waar hij of zij in gelooft, overtuigingen welke grotendeels niet op enige wetenschappelijke waarheid berusten. En zoals we weten vanuit filosofie en biologie  is wetenschappelijke empirische waarheid de enige soort waarheid die we tussen mensen als feitelijke waarheid betreffende de werkelijkheid kunnen delen. Iedereen heeft derhalve op grond van zijn overtuigingen eigen percepties van de wereld die hijzelf bevolkt als onderdeel van de groep mensen waarmee hij dagelijks samenwerkt en samenleeft.

Omdat bovenstaande axioma’s in maatschappelijke beschouwingen nauwelijks expliciet worden gehanteerd, vergeten we vaak ook dat geloof in de Verlichting, geloof in de Rede, geloof in Liberalisme, geloof in de Vrije Markt, geloof in Globalisering, geloof in Mensenrechten, geloof in Vooruitgang, geloof in Zelfontwikkeling en ga zo maar door, evenzeer vormen van geloof zijn als alle vormen van Religie. Vormen van geloof welke wetenschappelijk ook niet eenduidig als waarheid zijn te duiden.

Het discours over de scheiding van Kerk en Staat dient dus eigenlijk te gaan over de scheiding van Geloof en Staat. Maar zo’n scheiding is natuurlijk niet mogelijk, want ook onze gekozen bestuurders geloven zelf ook wat ze geloven. Natuurlijk kunnen geopenbaarde waarheden van religies geen uitgangspunt vormen voor de inrichting van het bestuur van een samenleving. Maar dat geldt ook voor veel andere principiële uitgangspunten waar mensen in geloven, wat mensen voor waar houden op grond  van datgene dat ze van waarde achten.

In een democratische samenleving heeft een ieder het recht op zijn eigen overtuigingen en heeft een ieder recht mee te spreken en mee te beslissen over de inrichting van de samenleving, de regels en wetten en het dagelijks bestuur, zij het binnen de spelregels die daarvoor gesteld worden. Het fundamentele uitgangspunt voor de samenwerking en samenleven van mensen in een maatschappij zal altijd dienen te zijn: de vrijheid van een ieder om naar eigen aard zijn leven in te vullen en daarbij zijn overtuigingen te volgen. Die drang is immers biologisch ingebouwd in het menselijk organisme.

De samenleving dient die vrijheid te beschermen en tegelijkertijd de grenzen te stellen waar de vrijheid van de een de vrijheid van de ander aantast. Het individu dient zijn plichten jegens de samenleving, die zijn vrijheid beschermt, te vervullen. Een democratische samenleving is per definitie uiterst pluriform, een allegaartje van overtuigingen (mensen kunnen hun persoonlijke en publieke overtuigingen niet scheiden), zeker in samenlevingen waar sprake is van sterk individualisme.

Vrijheid van Overtuiging gaat vooraf aan de vrijheid van Meningsuiting: zonder overtuiging geen mening. Het veranderen van overtuigingen van mensen op grond van wat voor instrument dan ook, of het de rede is, onderwijs, bestrijding of onderdrukking is bijna onmogelijk. Mensen veranderen van overtuiging omdat datgene wat ze geloven niet meer functioneel is in de behoeften van hun eigen dagelijks leven.

Derhalve kunnen we in veel discussies over geloof en samenleving veelal slechts terugvallen op de uitgangspunten van enerzijds de vrijheid van de mens en anderzijds de democratische spelregels. In geval van religie en religieus culturele gebruiken en opvattingen kan derhalve slechts sprake zijn van de vraag of de vrijheid van niet-religieuze individuen of - groepen wordt aangetast en of sprake is van aantasting van democratische spelregels. Vanuit dit perspectief zijn veel discussies over de plaats van religie in de publieke ruimte zinloos, ze beschadigen mensen doordat ze passies oproepen die voor de vreedzame samenleving van mensen weinig bevorderlijk zijn.

 

-

facebooktwitterlinkedinmail