Pages Navigation Menu

Yvette in de Filosofische afgrond 2

godun2“Uh, mam, excuse me, could we ask you something?” Jonathan heeft zo z’n tactiek om te mooie dames aan te spreken: zachte lage stem, klein glimlachje, een beetje verlegen doen.
De schoonheid draait zich bruusk om, met een klein piepje dat onder de zolen van haar knalgele gympies uitkomt, en ze bijt hem toe: “What is it?” Jonathan schrikt maar herhaalt z’n tactiek feilloos. Ze onderbreekt zijn vraag halverwege: “Yea, yea, I heard you, the answer is definitely no.” Maar een halve seconde later bedenkt ze zich en dan veranderd haar toon naar beschaamd vriendelijk : “….eh, yes,…I’m..I’m sorry, you don’t deserve my attitude.” Ze heeft een goed oor want ze hoort dwars door Jonathan’s  Amerikaanse accent toch de hoekige Nederlander. “Ben je Hollander?”

“Jawel, verdwaalde Hollanders” antwoordt Jonathan op z’n charmantst. James draagt nu zijn steentje bij: “in alle opzichten verdwaald zelfs.” Er komt een klein lachje op haar gezicht, alsof ze een millimeter opgelucht is en zich even weggetrokken voelt bij whatever haar zonet overduidelijk dwarszat. Ze haalt een lange, blauwzwarte zijden shawl uit haar Guccitasje en slaat dat om het al te blote heen.

“Ja, het is natuurlijk volledig ongepast, begint Jonathan. Brutaal misschien, en het gaat ons ook helemaal niks aan, maar in alle eerlijkheid, we zagen je upset lopen en vroegen ons af: ben je in moeilijkheden? Kunnen we iets voor je doen?”

Haar gezicht betrekt opnieuw tot onweer. “Ha!, als je bloedt komen de haaien.” En weer bedenkt ze zich: “sorry, sorry, ik moet hier mee ophouden, ja, ik ben overstuur, erg overstuur. Als je me vraagt even te gaan zitten zal ik proberen me te gedragen, ik heb mijn stomme karakter niet erg mee, excuus. Ik moet es leren dat goed te maken. Willen jullie nog wat drinken?”

“Als boetedoening? Graag! , antwoord James, maar dan zijn we ook quitte, OK?”

Ze knikt, gaat bedachtzaam zitten en vecht dan zichtbaar tegen opkomende tranen waarvan er een ontsnapt uit haar rechterooghoek. Amandelvormige ogen, een van de zeven kenmerken die de klassieke Grieken aan de ideale schoonheid toekennen. Niemand zal ontkennen dat ze de andere zes ook allemaal heeft, ontegenzeggelijk. Het is geen stom toeval dat James en Jonathan tegelijk denken aan Aristoteles, aan zijn definitie van het esthetische: wanneer je er niets aan kunt toevoegen of afhalen zonder dat het slechter wordt.

Ze bijt op haar lip en haar stem wiebelt, : “weet je, ik kan het je wel zeggen, jullie zijn toch vreemden die ik niet weer zie. Misschien lucht het me wel op om wat ellende te spuien, mag ik jullie vriendelijkheid daarvoor misbruiken, even maar? Ik heet Yvette.”

“Dat was onze bedoeling, ja, misbruik ons Yvette.” Door de lichtheid van Jonathan’s opmerking heen schemert nu een onvervalste verlegenheid op zijn gezicht. Of is het de ontroering voor het kwetsbare, het even mee resoneren op haar verdriet, een vader die zijn dochter ziet huilen? Yvette ziet het en het wekt een vreemde openhartigheid bij haar op, een eigenaardige, verstandeloze drang tot ontboezeming en bekentenis tegelijk.

Yvette drapeert haar voile nog bedekkender. Schoonheid die zich voor zichzelf schaamt. Alsof ze haar binnenwereld beter in overeenstemming wil brengen met haar buitenwereld. De beide mannen zijn er eigenlijk wel blij mee. Schoonheid is de listige misleider van hetgeen waar het om gaat, denkt James.

“Hij, mijn Griekse vriend bedoel ik, hij heeft het uitgemaakt. Zonet. Haar lip trilt weer. Ze wacht even tot ze de teugels weer strak heeft. Een onmogelijke liefde, een half jaar lang hemel en hel, ik heb het verloren. Ik verlies het steeds weer.”

Dan breekt ze, slaat de handen voor haar gezicht en huilt een volle minuut schouderschokkend, zonder geluid. James geeft haar een schone servet, ze droogt haar tranen.

Opnieuw probeert ze het. “Weet je, mannen denken dat je een vrouw niet moet willen begrijpen maar moet beminnen. Zeker als het een mooie vrouw betreft. En mijn vloek is dat ik mooi ben, niet dat ik dat zelf zozeer vind, maar ik kan het ook niet ontkennen. Ik heb filosofie gestudeerd maar ik was er te mooi en te slim voor, zelfs de hoogleraar sprak me naar de mond en wilde me in bed. Ik zal niet ontkennen dat ik een grillig karakter heb, lastig, impulsief, maar daarin wil ik nog wel begrepen worden. Schoonheid als vloek. Schoonheid heeft altijd gezelschap maar zelden vriendschap. Schoonheid is altijd kwetsbaar, machteloos. Mijn God, zal ik je de rij filosofen opdreunen die er allemaal iets van gezegd hebben? Ik ben zo….zo moe van mezelf. Ze zucht en gaat al vroeg aan een besteld glas witte wijn.

Jonathan denkt: ik leer hier in tien minuten aanschouwelijk onderwijs meer over esthetiek dan in tien weken filosofisch kauwen met James.

“Het moet je erg kwaad hebben gemaakt op de wereld, zie ik dat goed? vraagt James.”

“Dat zie je goed. Ik ben na mijn doctoraal uit woede modellenwerk gaan doen. Schoonheid die wraak neemt op zichzelf. En nog een succesvolle wraak ook, phffff. Tot ik niet meer kon stoppen mezelf te haten. Uitgeput en suïcidaal naar Griekenland vertrokken. Mannen, liefde…..afgezworen. En dan staat daar ineens Stavros, een architect, niet eens een mooie jongen.” Ze zwijgt even, zucht een diepe zucht en slaat het halve glas wijn in één teug achterover. Een verdrietige woede komt bovendrijven.

“Ik haat de natuur in mij, die me de liefde meedogenloos voorschrijft. Ik heb hem geprobeerd van me af te schoppen, ik heb hem geschoffeerd, wekenlang vaginastraf gegeven, vernederd, niets hielp, hij bleef lief en trouw. Ik heb het 10x uitgemaakt, ben weggegaan naar Nederland en vond mezelf weer kruipend op mijn knieën bij hem terug. Ik ben verschrikkelijk.”
Ze huilt opnieuw, voorovergebogen, haar gezicht verbergend. De voile glijdt geluidloos van haar lichaam maar de mannen zien nu geen aantrekkelijkheid, geen schoonheid meer. ‘Beauty is all Truth’, zegt Keats, en hier zien ze de bijna naakte waarheid. Het is rauwe pijn uit één stuk wat ze zien.

James de Wankelmoedige wil een troostende arm om haar schouder leggen, om de pijn van haar verhaal, maar hij durft het niet want ze zou het gemakkelijk kunnen misverstaan. Bedrogen schoonheid verdraagt geen troost, behalve die van een moeder, omdat die de eerste, de oudste en de oprechtste is. Die uitspraak schiet James onverwacht te binnen maar waar die vandaan komt weet hij niet.

Jonathan de Stoutmoedige staat op, legt de voile weer zorgvuldig om haar heen en pakt haar hand.
“Luister Yvette, wat een ellende, wat-een-ellendige-ellende. Maar wat te doen?” Mannen willen altijd iets doen, vrouwen willen alleen een oor, Jonathan weet dat, Yvette weet dat en toch is het een goed idee om nu iets te gaan doen, dat wist ze  ook.

“Ik heb een voorstel, OK? Yvette knikt, ze luistert.

“Ga naar huis, zet je telefoon uit, neem een douche, neem een halve liter wijn en ga slapen. Als je wakker bent kleed je je casual aan en ben je om 1900 uur hier terug in het restaurant. Bij ons. Dan gaan we het erover hebben: hoe we jouw schoonheid van buiten naar binnen kunnen verschuiven. Hoor je, van buiten naar binnen, naar je kouwe hart daar binnen. We zijn wat ouder, we hebben het een en ander meegemaakt, je gaat het er over hebben met twee andere filosofen, net zo lang tot je je wat beter gaat voelen, OK?”

Ze knikt, staat op, zegt niks en loopt dan langzaam weg met haar armen om zichzelf geslagen alsof ze het koud heeft. Na een paar meter stopt ze, draait zich om, haar gezicht is niet meer knap maar volstrekt breekbaar, je kan het betraande meisje er doorheen zien. Ze zegt: “Ben ik een hol mens geworden?”

 

-

facebooktwitterlinkedinmail