Pages Navigation Menu

Yvette in de Filosofische afgrond 4

klimtYvette schrikt en het duurt even voordat de boodschap tot haar doordringt. Het komt haar voor, met alle zekerheid, dat die boodschap niet van James komt. En ook niet vanuit haarzelf, alsof die allang klaar zou liggen wachten totdat ze de sluier er vanaf zou trekken.

Nee, de boodschap komt van elders. Van een plek die niet overeenstemt met deze wereld, vanuit een ander universum, het bovenmaanse, daar waar alleen Waarheid is,……. De mens kan geen waarheid spreken maar de waarheid kan wel door een mens heen spreken, zoiets moet het haast wel zijn wat ze ervaart.

Dikke zweetdruppels staan op haar verhitte voorhoofd. Haar tong is opgezwollen en lijkt verlamd. Haar pupillen staan wijd open en alles schrijnt. Dan volgt een invasie van misselijkheid die afstormt op braken wat ze ternauwernood kan voorkomen door op haar lamme tong te bijten.

“Wat gebeurt er Yvette?”, vraagt Jonathan bezorgd. “Ziek”, het is het enige wat ze hees fluisterend kan uitbrengen. “Moeten we je even thuisbrengen?”, vraagt James. Ze schudt heftig nee, staat op en maakt een geruststellend gebaar. “OK, maar kom je morgenvroeg wel bij ons zitten, 10.00 uur, we laten je nog niet los, OK?” Met een geforceerd glimlachje knikt ze en vertrekt, een spoor van onthutsing achterlatend. De vrienden kijken elkaar verbijsterd aan. “Ze is niet echt ziek hè, ze lijkt …..” “Chained up and locked in”, vult Jonathan in, “het grijpt haar allemaal teveel aan.” “We gaan te snel misschien?”, oppert James. “Who can see in a woman’s mind?”, antwoordt Jonathan.

Die avond bleef de aanwezigheid van Yvette nog lang en zwaar in de lucht hangen en dat verdween pas enigszins nadat de beide vrienden dusdanig door de wijn beneveld raakten dat hun gesprek in een droevige chaos verdween en ze met de taxi thuis gebracht moesten worden. Niettemin waren ze de volgende ochtend om 10.00 uur fris geschoren op hun stek, trouw aan hun missie om Yvette “uit de goot op de stoep te tillen.” Yvette komt een kwartier later, met dikke wallen onder haar ogen, ongekamd weelderig haar, een dof vermoeid uiterlijk.

“Verslapen, sorry. Het was een hele lastige nacht. Hersens vol spaghetti. Lijf vol springveren. Espressootjes helpen misschien?” Ze drinken hun koffie in een paar minuten stilte. En als ze hun blikken laten gaan over de binnenkomende kleurige vissersbootjes en de zwermen krijsende meeuwen die daarachter kunstig op en neer duiken, dan is de sfeer haast ontspannen. “Weet je”, zegt Yvette, “voor mij is poëzie misschien wel de meest aansprekende vorm van Schoonheid.” “Vertel”, zegt James.

“Omdat alle andere kunst zich uiteindelijk ook altijd weer in taal moet uitdrukken om zich verstaanbaar te maken. Ik bedoel, zowel in je eigen hoofd waar je gevoel zich wil uitspreken, maar ook tussen mensen die hun gevoel voor Schoonheid willen delen. Niet dat het ooit perfect zal lukken maar poëzie lijkt er het dichtst, het kernachtigst bij te komen om iets van goud over te brengen. Zoiets als Calvino zegt: poëzie is de kunst de zee in een glas te vangen.” “Ja, alles is taal”, zegt James. “Alles is woord, is symbool, metafoor, analogie, zeker in de kunst. Ja, dat denk ik ook wel”, voegt Jonathan toe.

“Maar wat was dat nou gisteravond Yvette?”, vraagt James. “Ik weet het niet, hoe moet ik dat nou zeggen. Het was even alsof ik weer aan de Eiger hing en in de afgrond keek. En dat die terug keek, in mij. Daar zit het kale, kale Niets, wat hetzelfde is als het pure Zijn, het pure wezen van alles, van dit betekenisloze, onverschillige universum. Dat is horror, van de meest ergste soort. En mensen hebben ooit de causaliteit uitgevonden, het oorzaak-gevolg denken, om op die lege horror enige greep te krijgen, er iets van te snappen. En dat lukt natuurlijk niet. Causaliteit is maar een zwak middeltje. E=MC kwadraat is een zwak middeltje. Poëzie, en alle andere kunst is een zwak middeltje.”
“Ja, dus daarom hebben we God uitgevonden, die is oorzaak en gevolg tegelijk. In God geloven is alles in een klap willen begrijpen als je het te benauwd krijgt. Toch wel een briljant idee om het hoofd boven water te houden, nietwaar?” James zegt het met grote vrolijkheid, dwars door zijn katerige hoofdpijn heen. “Nou, aan God, daar doe ik niet aan, dat zou dus echt te simpel zijn.” Ze klinkt haast verontwaardigd. “Maar wat moet je dan?”

“Ik weet het niet, echt niet. Moet je dan iets? Kun je niet volstaan met het besef dat de zogenaamde Waarheid die we met z’n allen zoeken, dat dat de hoogste vorm van schijn is? Anyway, voorlopig voel ik me er behoorlijk ziek bij. En het is gemakkelijker ziek te worden dan te genezen ben ik bang.” James en Jonathan denken nu hetzelfde: misschien moet ze maar een tijdje met ons zoekenden optrekken. Filosofische geneeskunde.

 

-

 

facebooktwitterlinkedinmail