Pages Navigation Menu

Yvette in de Filosofische afgrond (slot)

OLYMPUS DIGITAL CAMERAFilosofische geneeskunde. Dat bedreven ze die bloedhete Griekse zomer met z’n drieën. Yvette sloot zich aan bij het verbond van de beide vrienden. Ze doopten de zoekmissie om”:  van de Esthetische levenshouding naar de Esthetische geneeskunde. Want gaandeweg realiseerden ze zich dat Schoonheid eerder een medicijn behoorde te zijn tegen het leven als tranendal dan een slopende expeditie door de filosofische jungle, op zoek naar een dr. Livingstone die ze nooit zouden vinden, om het zo maar eens uit te drukken.

Yvette was lief voor hen beide, uit dankbaarheid dat de vrienden haar wilden adopteren zonder er ook maar iets voor terug te vragen, zonder avances te maken, zonder haar ook maar met een vinger aan te raken. Niet dat ze geen zin in elkaar kregen, zeker wel. Yvette zou zich graag tegen hen aanvlijen, en meer. Maar dat bleef toch altijd ondergeschikt aan hun vriendschap en hun missie om elkaar te troosten, beter te maken, enigszins te bevrijden van de zwaarte van het leven zoals ze dat onder de laag van hun luxe leventje maar al te vaak voelden. De erotische spanning, die er nu eenmaal altijd is bij een oprechte vriendschap tussen een man en een vrouw, die werd nooit ontkent. Die was zelfs goed te bespreken maar altijd op een lichte toon, met een tedere vriendelijkheid en een kalme beheersing waar ze alle drie eerder blij dan krampachtig van werden.

“Je ellende staat je weer goed vanochtend Yvette”, kon James zeggen.
En Jonathan: “Mijn droom over jou vannacht was in alle keurigheid verpakt. Zelfs Freud zou er in trappen.” En Yvette: “Ik geloof dat ik mijn vaders een beetje teruggevonden heb, maar ja, daar doe je het niet mee toch?”

Het was iets hoogst bijzonders tussen hen want ze leerden alle drie op de een of andere onbevattelijke manier winst te halen uit het verlies dat ze in hun leven hadden opgelopen. Het praten over Schoonheid, Waarheid, Werkelijkheid leverde nooit een definitie op, nooit een harde conclusie of een onomstotelijke zekerheid, en toch had het een geneeskrachtige impact op hen. Ze knapten er van op. Niet alleen op de gouden ogenblikken dat ze bij elkaar waren maar vooral ook op al die andere uren van de dag die een mengeling meebrachten van opwinding, tevredenheid, rust en een doorlopend goed humeur. Ieder voor zich had telkens weer andere, heldere ogenblikken, milligrammen van zelfinzicht waarmee ze een stapje verder kwamen in de genezing van hun onbehagen.

James: “men moet niet alleen leven maar ook….zich uitleven.” En: “je moet vooral jezelf gezelschap leren houden.” Yvette: “ik, suïcide? Nee, dat is niet op je beurt kunnen wachten.” En: “als je niet in God geloofd dan moet je wel in mensen gaan geloven.” Jonathan ziet ook zijn lichtpuntjes: “soms mag je ook wel iets aan de Waarheid toevoegen, dan is ie beter te pruimen.” En: “het gaat niet alleen om de hoogten en diepten in je leven maar vooral ook om de verten.”

Tientallen kleine en grotere wijsheden kwamen meestal ongewild en onbedoeld uit hun brein tevoorschijn, werden op kleur en smaak gekeurd en als medicijn met een slok espresso ingenomen.

Toen de zomerhitte verdween en de kouwere westenwinden van zee regelmatig regen meebrachten kwam er een melancholieke sfeer over hen. De melancholie van het naderende afscheid. “We moeten terug naar huis want onze lieve vrouwen moeten terug, naar de kinderen, kleinkinderen, naar hun vaders en moeders, en hun kruidentheetjes met de tennisvriendinnen.” Ze zagen er als de dood tegenop en wilden hun vertrek natuurlijk uitstellen. Maar langer bij elkaar blijven zou de melancholie van de vertrekkers alleen nog maar verlengen en verdiepen.

“1 November aanstaande verklaren we ons als genezen, of je het nou wil of niet.”, zei Jonathan voortvarend. “En thuis ga je maar verder revalideren met de jouwen”, voegde James er aan toe.

Op die eerste dag in november was Yvette de sterkste. De beide mannen hadden tranen in de ogen, ze konden maar weinig uitbrengen. Men zegt dat er geen intiemere band wordt ervaren dan bij een afscheid. “Kijk”, zei Yvette, “je kunt iets accepteren met vreugde of met pijn. Wij gaan dat doen met allebei tegelijk. Toch? Maar niet voordat jullie me nog een keer vertellen waarvan je het meeste geniet als je denkt aan het woord Schoonheid.”

Jonathan is snel klaar met zijn antwoord: “Schoonheid leeft van die geheimzinnige ondoordringbaarheid van een kunstwerk. Van dat soort schoonheid waar je in verdwijnt maar niet echt bij kan, dat buiten de tijd staat, daar geniet ik het meest van.”

James moet een volle minuut nadenken maar er valt hem niets in. “Weet je, Schoonheid, na al onze gesprekken, ik krijg er domweg geen greep op, ik begrijp het nog steeds niet. Misschien moet ik het zo zeggen: ik geniet het meest van de Schoonheid die mij begrijpt. Snap je?”

Yvette neemt haar beurt en weet het zeker: “Schoonheid is iets wat ik aan jullie ervaren heb. Het zit in goed gezelschap. In het belangeloze ervan, in onvoorwaardelijke vriendschap, dat is wonderlijk….zeldzaam. Jullie staan bovenaan in mijn piramide van Schoonheid. Schoonheid is dankbaarheid.”

Of ze dat najaar genezen waren, wie zal het zeggen? Waarschijnlijk niet, maar alles voelde wel een stuk minder krom en kreupel aan. Vertroostende Schoonheid.

 

-

facebooktwitterlinkedinmail