Pages Navigation Menu

Man Vrouw communicatie (1/10)

keukentafel2‘Heb je het naar je zin?’

‘Jawel…’

‘Klinkt niet echt..eh…’

‘Oh nee? vraag het me nog es’

‘Ok,…. heb je het naar je zin?’

‘Jazeker!!! ……..nou je zin?’

‘Lul’

 

(2)

‘Het bevalt me niks’

‘Hoezo?’

‘Omdat ik er niet tegen kan.’

‘Hoezo niet?’

‘Dat zeg ik toch, ik kan het niet aan.’

‘Ach, effe doorzetten.’

‘Zal ik jou es wat vertellen?’

‘Nou?’

‘Je zou es effe moeten doorzetten je vieze onderbroeken wat vaker in de was te doen.’

 

(3)

‘Snap jij waarom vrouwen zoveel van sieraden houden?’

‘Jawel, omdat ze versierd willen worden.’

‘Hoezo? Dat kunnen ze toch zelf ook?’

‘Ja,…. maar niet met sieraden.’

‘Oh, zit dat zo.’

 

(4)

‘Zou God een man of een vrouw zijn denk je?’

‘Een man natuurlijk.’

‘Hoezo natuurlijk?’

‘Nou gewoon, die kunnen veel meer.’

‘Zou God zeg maar…een onderlichaam hebben?’

‘Tuurlijk, het is toch een man.’

‘Nou, dan snap ik niet waarom jouw Schepper je zoveel…minder heeft gemaakt.’

 

(5)

‘Je hoeft je niet telkens zo te verdedigen.’

‘Je valt me toch aan?’

‘Maar ik heb toch ook gelijk?’

‘Jawel, dat is wel zo.’

‘Nou dan.’

‘Gelijk hebben is toch niet hetzelfde als gelijk krijgen?’

 

(6)

‘Dus je hebt gestolen?’

‘Gestolen, gestolen,……weggenomen, effe geleend.’

‘Nou ik noem het gewoon diefstal.’

‘Diefstal is heel iets anders.’

‘O ja?’

‘Ja, diefstal is stiekum.’

‘En jij deed het niet stiekum?’

‘Nee, ik zei erbij dat ik hem wel wist te vinden als ie het terug zou willen.’

 

(7)

‘Dus je denkt er nu heel anders over?’

‘Min of meer ja.’

‘Nou, dat vind ik heel erg fijn.’

‘Hoezo fijn?’

‘Dat je het ook eens van mijn kant ziet.’

‘Oh, maar dat doe ik niet.’

‘Wat bedoel je dan?’

‘Dat ik het nu gewoon anders van mijn kant zie.’

 

(8)

‘Dank je voor het mooie compliment.’

‘Graag gedaan, je verdient het.’

‘Nou, ik heb er anders niet veel voor hoeven doen eigenlijk.’

‘Hoe bedoel je?’

‘Nou, het ging eigenlijk vanzelf, het gebeurde gewoon.’

‘Nou, dan neem ik het compliment toch ook gewoon weer terug.’

‘Da’s nou ook weer overdreven.’

‘Hoezo, je hebt er toch niks aan gedaan?’

‘Nee, da’s waar maar ik was er natuurlijk wel bij!’

 

(9)

‘Kijk, ik blijf altijd vriendelijk tegen die mensen.’

‘Altijd?’

‘Altijd! Ik zal nooit geen kwaad woord over ze zeggen.’

‘Maar het zijn toch geen lievertjes?’

‘Zeker, het zijn de grootste klootzakken.’

‘Je houdt ze mooi voor de gek dus.’

‘Nou nee, ze houden mij voor de gek.’

‘Hoezo?’

‘Omdat ze me toestaan vriendelijk te doen.’

 

(10)

‘Nou ben je wel erg bescheiden.’

‘Niks mis mee toch?’

‘Maar ben je het ook echt?’

‘Het zou wel erg onbescheiden zijn om ja te zeggen, toch?’

‘Maar ook wel oprecht als je ja zou zeggen, toch?’

‘Oprechtheid, ja, daar ga ik ook erg bescheiden mee om inderdaad.’

 

-

facebooktwitterlinkedinmail