Pages Navigation Menu

Wat we in onze cultuur van waarde achten: waar staan we zelf? (3)

corstensOnze cultureel gevoel van triomf na afloop van de Koude Oorlog lijkt ruw te worden verstoord door de feitelijke ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar. Hoezeer het idealisme van onze westerse waarden nog in onze samenleving aanwezig is, zie je nog dagelijks om je heen. Maar de haarscheuren in onze cultuur worden inmiddels grote barsten door het steeds sterker worden van economische belangen.

Zorgzame solidariteit wordt door velen als te duur betiteld, de welvaartstaat van na de Tweede Wereldoorlog wordt systematisch afgebroken. Onze duur betaalde vrijheid en daardoor mogelijke individualistische levensstijl heeft geleidt tot narcisme en strijd om voorrang: “we zijn allen gelijk, dus ik eerst.”  Tot “niet-in-mijn-tuin” gedrag en verdediging van groepsbelangen. Ons vrijheidsbegrip begint libertair te worden: het maakt niet meer uit dat mijn vrijheid die van de ander beperkt. Alles wat kan, mag. De rijken vechten in deze een stevig economisch robbertje mee. De tweedeling van onze samenleving in laag opgeleid en arm tegenover hoger opgeleid en rijk  is inmiddels een feit. God is dood, niets is meer heilig. Autoriteit wordt ervaren als ongelijke behandeling. We zijn aan niemand loyaliteit verschuldigd, behalve aan ons zelf.

In een samenleving die we als maakbaar beschouwen, zonder gedeelde ethische principes, ondergraven we, ook via onze eigen overheid en democratische procedures, onze eigen positie als vrije burgers. We creëren zelf de dodelijke luchtvervuiling in de Randstad omdat we vrij willen zijn om te gaan en staan waar we willen. Tegelijkertijd breken we onze rechtsstaat af uit economische overwegingen en om de mogelijkheid van een terroristische aanslag uit te sluiten.

Ons economisch systeem draagt steeds intenser bij aan deze afbraak van gedeelde waarden. Kapitalistische marktethiek bestaat niet, behalve wellicht de protestantse werk norm: “Gij zult werken en betalen, niets is gratis.” Alleen het gevecht om economische macht en rijkdom leidt nog tot roem en eer. Je mag jezelf als manager 20 maal zo goed achten als anderen, omdat je 20 maal meer verdient dan de gemiddelde werknemer. Je mag mensen gewoon als grondstoffen beschouwen, vergelijkbaar met energie en staal. Loyaliteit in bedrijven bestaat niet meer. Geen wonder dat managementfuncties zoveel narcistische mensen, met gebrek aan empathisch vermogen, aantrekt.

Het zal denk ik niet lang meer duren tot we in Europa (net als in de rest van de wereld) onze democratie gaan beschouwen als: “het recht van de meerderheid om de minderheid te onderdrukken.” We zijn vergeten dat het beschermen van de positie van minderheden juist de kern van een Rechtsstaat vormt.

We vergeten dat het opbouwen van een Rechtsstaat vele eeuwen vergt. Voor tradities en gewoonten om in te slijten. Voor regels om heilig te worden. Corstens, aftredend President van de Hoge Raad, waarschuwde hier recent voor. Dat een overheid zich houdt aan beslissingen van een rechter is een kwestie van onaantastbaar gebruik. Als de overheid zich niets meer aantrekt van een rechterlijke beslissing is er niemand meer die daar nog wat aan kan doen. De Rechtsstaat is dan uitermate kwetsbaar.

Voordat we oordelen over de gang van zaken in de rest van de wereld, is het van groot belang om eerst ons eigen maatschappelijke systeem te beschermen tegen zowel onze eigen aanvallen daarop als tegen de druk van het internationale financiële kapitalisme. Beide gevaren zijn momenteel vele malen groter dan de dreiging van andere landen of van terreur.

 

-

facebooktwitterlinkedinmail