Pages Navigation Menu

De wereld gaat zijn gang…..

Liefste Andrew,

Je onheilsbrief kwam eergistermiddag, niet met de Armypost zoals altijd maar gebracht door je broer John die vertelde dat jouw brief op de een of andere ongelukkige manier bij hem terecht was gekomen.

Hij vertrok direct weer, wat ik eigenaardig vond, want hij woont hier tenslotte  5 kwartier fietsen vandaan, zodat een stoel en een kop thee toch wel het minste is wat hij zou willen. Er was  iets met hem, hij keek me niet aan, zijn ogen stonden op droefheid, schichtig. Er klopte iets niet, met je brief niet en met hem niet want hij is immers altijd vrolijk, hartelijk en vol grappen en naar mij toe erg zorgzaam sinds je naar het front bent vertrokken. Toen ik je zogenaamde afscheidsbrief las begon ik het te begrijpen. Hij moet van de inhoud op de hoogte geweest zijn dacht ik. Hij heeft vast erg met me te doen maar weet er niet mee om te gaan, daarom slaat hij op de vlucht.

Dat je onze verloving wilt uitmaken omdat je niets meer voor me zou voelen, omdat het soldatenleven je veranderd zou hebben zoals je schreef, dat schokte me volstrekt niet. Ik weet eigenlijk nIet waarom, ik beschouwde het vanaf  de eerste letter als een grove leugen. Een  goedaardige, een kwaadaardige en een slechte leugen tegelijk.

Je bent een leugenaar Andrew Bridgewater! Een kwaadaardige, laat ik daar mee beginnen. Laat ik direct al zeggen dat ik sinds gister weet dat je je beide benen en je linkerhand mist. Door een mortiergranaat, toen jullie op 14 april de loopgraaf bij Verdun uitkwamen. Je mag best weten dat toen ik dat gister hoorde van Thomas Murdock (die zoals gewoonlijk zijn mond voorbij praatte), dat ik de hele dag door heb gebraakt, geschreeuwd, het in mijn broek gedaan, mijn haren uitgerukt en niet kon stoppen met huilen totdat mijn vader me klappen in mijn gezicht gaf om bij zinnen te komen.

Je bent een leugenaar Andrew, want je wordt niet voor een onschuldige schotwond in je schouder achter de linies in het lazaret verpleegd voor een paar weken zoals je schreef. Je bent op nog geen 30 mijl bij me vandaan, in Sint George Psychiatric Hospital opgenomen, vastgebonden, omdat je drie keer zelfmoord hebt willen plegen. God wat ben ik kwaad Andrew, en God wat zou ik graag bij je willen zijn, op mijn knieën naar je toe kruipen, om je bij de afgrond weg te halen, je te verzorgen, je te troosten, te strelen, in slaap te sussen, gerust te stellen, lief te hebben, alles. Die samenzwering van je ouders, van je broer en zus, je vrienden, de dokters en verplegers om mij niets te vertellen, dat je ze bovendien chanteert met je zelfmoordpogingen, dat is vals Andrew, heel kwaadaardig.

En het is tegelijkertijd ook een ziek soort beschermende, zelfopofferende liefde, dat snap ik ook. Je denkt me de kans te geven te ontsnappen aan een gruwelijk gehandicapte, aan een armoedige toekomst, aan de afkeuring van mijn familie,  aan een alles opofferend leven achter de rolstoel, aan mijn geweten en aan honderd dingen meer.

Maar hierin zal ik niet naar je luisteren Andrew, ik heb die dingen al lang overdacht, nog voor je naar het front vertrok en nu weer, opnieuw en opnieuw, nu dit lot ons treft. Ik heb er geen verklaring voor Andrew, dat ik ondanks al die mogelijk toekomstige ellende bij je wil zijn. Het heeft niets met plicht, geweten of vrouwenopoffering te maken, ik voel geen enkele push, ik voel alleen maar een pull naar jou, ik heb jou nodig, en jij mij. En ik kom je halen uit je diepste hel, of je het wil of niet. En als me dat niet lukt, dan mag je vervloekt en verdoemd gaan.  Niet eerder, hoor je Andrew Bridgewater, niet eerder, hoor je!

En ik smeek je: laat me op bezoek komen, met je praten over deze dingen, laat me weten !

Je Altijd Alice.

—————–

Beste Alice,

Eergisteren kreeg ik je tweede brief, de eerste had ik ongeopend naar de verpleging  teruggegooid en pas later toch gelezen. Ik wist weer niet wat ik er van moest denken. Eerlijk gezegd liet het me allemaal koud. Maar vannacht droomde ik dat je een lange splinter uit mijn zwerende brein trok, met een glanzende kromme pincet, en ik huilde onophoudelijk bloed uit mijn ogen.

Het vreemde is dat toen ik wakker werd het niet meer dood gilde in mijn hoofd en dat de fantoompijn in de rechterstomp van mijn been weg is. Ik wil je niet zien Alice, het is te erg. Maar ik kan je ook niet meer negeren nu je alles weet. Ik heb mijn tong stukgebeten om niet weer bloed te huilen toen je schreef dat je me in mijn diepste hel zou laten als jij er niet in zou slagen me eruit te halen. En dat je me hartgrondig zult vervloeken als ik het niet wil proberen je die kans te geven. Ik voel een afschuwelijk kwaad verzet tegen je nietsontziende liefde Alice, maar ik moet daarmee toegeven dat ik tenminste weer iets anders voel dan walging voor mezelf en voor de wereld.

De verpleging vertelt dat ik s’ nachts je naam fluister en soms om je roep en dat ik dan rustig word als ze zeggen dat je straks komt. Maar ik weet daar niets van. Er leeft kennelijk een ander in mij, misschien mijn oude ik, misschien wil ik ook wel gered worden, ik weet het niet. Ik moet over je voorstel nadenken en er met dr. Fisher over praten maar die is pas volgende week weer terug en zolang zit ik vastgebonden onder het spanzeil.

Ik laat het je weten.

Andrew.

—————-

Andrew liet haar pas na enkele weken weten dat ze op bezoek mocht komen. Bij die ontmoeting sloeg hij haar in het gezicht, keihard, maar ze lachte hem uit, dwars door haar tranen heen. Sindsdien gaf hij het op om het op te geven en is hij lief voor haar geweest, zorgzaam, eigenlijk onophoudelijk en misschien uiteindelijk wel meer dan zij voor hem, tot aan zijn dood in 1970 toen hij een ernstige longontsteking kreeg die niet wilde genezen. Ze kregen drie kinderen die er ogenschijnlijk nooit onder geleden hebben dat hun vader ernstig gehandicapt was.  En in armoede hebben ze niet geleefd want Andrew ontwikkelde ondanks het beperkte gebruik van zijn kunsthand een buitengewone vaardigheid in het repareren van precisie horloges en antieke klokken wat hem zelfs een zekere landelijke bekendheid en een aanzienlijk vermogen opleverde.

Waarom hij het opgaf om het op te geven? Hijzelf heeft er ooit het volgende op gezegd: “Alice verpletterde me met haar krankzinnige, haast verstikkende weigering mij op te geven, met haar alles doordringende blik vol troost, met haar eindeloze strelingen over mijn littekens, met haar urenlange geduldige stiltes, ik heb nog nooit zoiets sterks en goeds gezien. Tegenover zoveel schoonheid kon mijn lelijkheid niet op. Ik moest het wel opgeven dood te willen of beter gezegd: de dood gaf mij op. Alice werd mijn zon en mijn maan.”

En Alice vertelde waarom zij het niet opgaf: “ik nam ooit de beslissing hem niet op te geven of beter gezegd: de beslissing nam mij. Ik weet niet waarom. Ik weet niet waarom sommige dingen volstrekt niet gevoelig zijn voor twijfel, waarom deze liefde beyond and above elke twijfel en dwaalspoor is, waarom ze gelukkig is.  Men zegt dat geluk harmonie is, wanneer alles in en op elkaar past, wanneer alles klopt. Ik ben allang gestopt daar over na te denken. Andrew is mijn wereld. En de wereld gaat zijn gang, that’s all.

 

-

facebooktwitterlinkedinmail